Titel: De verborgen kleitabletten
Auteur: Julia Navarro
Uitgever Sirene (www.sirene.nl)
Het verhaal
Tijdens een congres voor archeologen maakt Clara Tannenberg bekend dat zij in het bezit is van enkele kleitabletten die verwijzen naar de bijbel. Wat de vondst zo bijzonder maakt is de ouderdom van de kleitabletten en dat er op geschreven staat dat het verhaal van God zal worden opgeschreven zoals aartsvader Abraham dit kent. De duizenden jaren oude kleitabletten waar dit verhaal op zou moeten staan zijn echter nog niet gevonden en om ze te ontdekken is een gefinancierde expeditie nodig. Omdat de reeds gevonden kleitabletten niet getoond worden en vooral omdat de opgravingen in Irak moeten plaatsvinden terwijl de Amerikaanse invasie op het punt staat om te gebeuren, kost het zeer veel moeite om een klein gezelschap op de been te krijgen.
In de woestijn van het oude Mesopotamië wordt bij een oud tempelcomplex gegraven in een race tegen de tijd. Behalve archeologen zijn er nog diverse andere personen met een eigen agenda aangesloten bij het gezelschap. Een groep kunsthandelaren heeft een niets ontziende moordenaar gestuurd met de opdracht de stenen bijbel te bemachtigen zodra deze gevonden is. Een andere groep heeft nog wat persoonlijke rekeningen te vereffenen en ook zij hebben een moordenaar als mol in het team geplaatst. Tijdens de opgravingen lopen de spanningen steeds verder op, gebeuren er onheilspellende dingen en dringt de vraag zich wat er eerst zal gebeuren, de dood van de leiding van de opgraving, de vondst van de stenen bijbel die wereldkundig wordt gemaakt of de vondst en onmiddellijke verdwijning hiervan.
Bijbelse connectie
Het boek De verborgen kleitabletten heeft een relatie met aartsvader Abraham die van God zelf opdrachten kreeg. Tevens wordt er een relatie gelegd met het schriftelijk vastleggen van de bijbel.
In Genesis is te lezen dat Terach met zijn familie, waaronder zijn zoon Abram, vanuit Ur der Chaldeeën noordwaarts trekt, richting Kanaän. God zelf vraagt Abram om verder te trekken en verschijnt tijdens de reis nogmaals. God vertelt Abram dat hij is uitverkoren; hij zal een heel volk voortbrengen en dat volk krijgt land om in te wonen.
Toen Abram negennegentig jaar was, sloot God een verbond met hem, beloofde hem een zoon en noemde hem vanaf dat moment Abraham.
Over het algemeen wordt aangenomen dat de bijbel pas schriftelijk werd vastgelegd tijdens de Babylonische gevangenschap. Tot die tijd was voornamelijk sprake van mondelinge overleveringen. Deze theorie werd geformuleerd in het midden van de 19e eeuw, toen er nog weinig archeologisch onderzoek was gedaan in het Midden-Oosten en men niet bekend was met de mate waarin het schrift gebruikt werd als documentatiemiddel. In de bijbel zijn diverse verwijzingen te vinden van het gebruik van schrift, eeuwen voor de Babylonische gevangenschap. Het meest bekende voorbeeld is natuurlijk de stenen tafel met daarop de tien geboden. Uit woede jegens ongehoorzaamheid van de Israëlieten gooit Mozes de stenen tafel kapot. Later heeft hij een nieuwe ontmoeting met God, die hem de tekst voor de nieuwe stenen tafel dicteert.
Wie in Genesis leest, ziet vaak als openingszin staan: ‘dit is de geschiedenis van’of ‘dit is het geslachtsregister van’. Deze woorden berusten op een keuze in de vertaling. Het gebruikte woord ‘sepher’ betekent letterlijk geschreven verhaal. In de Leuvense bijbel uit 1548 luidt de vertaling als volgt: ‘DIt es den boec van Adams ghebuerte, In den dach als Godt den mensche geschapen heeft, soe heeft hy hem gemaect na Gods ghelijckenisse’. Hier is in de vertaling het woord boek gebruikt, vanwege het schriftelijke karakter van de overlevering.
In de bijbelgedeeltes voorafgaand aan de Babylonische gevangenschap wordt wel vaker gerefereerd aan het gebruik van schrift voor overlevering. In Deuteronium lezen we dat de koning een wetboek moet laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters bewaard wordt. Ook in Jozua staat te lezen dat hij wetten en regels in een boek schreef.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
Genesis 12:1-8, God verschijnt aan Abram voor en tijdens de reis
Genesis 13:14-17, God belooft Abram veel nakomelingen
Genesis 17: God sluit een verbond met Abraham
Exodus 31:18, God geeft Mozes de beschreven stenen platen
Exodus 34: 27-28, Mozes schrijft Gods geboden op
Genesis 5:1: het boek van Adam
Deuteronium 17:18, de koning dient een wetsboek op te stellen
Jozua 24:25-26, Jozua legt wetten en regels vast in een boek
Stof tot nadenken
De auteur van de Verborgen Kleitabletten heeft mogelijk het boek Ontdekkingen over Genesis gelezen en als inspiratie gebruikt voor de zoektocht naar kleitabletten waarvan de inhoud door Abraham werd gedicteerd.
In 1936 verscheen het boek van P. Wiseman, waarin het ontstaan van de geschreven Genesis aan de hand van archeologische ontdekkingen wordt toegelicht. De verklaringen van Wiseman staan haaks op de gangbare theorie dat de bijbel pas voor het eerst op schrift werd gesteld na de Babylonische gevangenschap. Hij betoogt dat de bijbel zelf laat zien dat de teksten duizenden jaren oud zijn. Dat tegenwoordig nagenoeg niemand hem kent of van zijn theorie gehoord heeft, komt omdat hij niet in staat is gebleken om een al ruim honderd jaar oude theorie om te buigen.
In de 17e eeuw werd het fundament gelegd voor de bijbelkritiek, een analyse die zich richt op herkomst, ouderdom en auteurschap van de bijbelteksten. In het midden van de 19e eeuw was de theorie geformuleerd dat het Oude Testament ergens tussen 500 -200 voor Christus schriftelijk was vastgelegd. Dit is de periode volgend op de Babylonische gevangenschap. De bronnen die werden gebruikt bestonden voor een klein deel uit oude overgeleverde documenten, met name uit de tijd van de koningen van Israël, en voor een groot deel uit mondelingen overleveringen. De schriftkritiek heeft alles tot op de letter geanalyseerd en heeft diverse schrijversscholen aangeduid die delen hebben geschreven. Argumenten die pleiten voor het bestaan van meerdere bronnen gaan met name in op verschillen in naamsaanduidingen, zoals Horeb of Sinaï als naam voor de berg waar Mozes de tien geboden in ontvangst nam. Nog een ander belangrijk onderscheid wordt gemaakt op grond van de naam waarmee God wordt aangeduid, soms als Jahweh en soms als Elohim. Redactoren gingen aan de slag met de diverse bronnen en voegden er weer eigen elementen aan toe. Soms lijken verhalen consistent gemaakt te zijn, soms ook zijn de toevoegingen juist niet in lijn met andere delen van het Oude Testament.
De belangrijkste stelling met betrekking tot het ontstaan van het geschreven Oude Testament is dat de oudste bronnen hooguit uit de koninstijd stammen (circa 1000 v.Chr.) en dat deze voornamelijk wetten en geslachtsregisters bevatten. Waarom zou je verhalen op schrift stellen als toch praktisch niemand kan lezen (en schrijven)?
Uitgerekend de stelling dat het schrift nauwelijks in gebruik was in de tijd van Abraham of Mozes wordt omver geworpen door Wiseman. In de tijd dat de schriftkritiek werd ontwikkeld, was nog nauwelijks enig archeologisch onderzoek gedaan in het Midden-Oosten en verkeerde men nog in de veronderstelling dat er voor 1000 v.Chr. van een beschaving nauwelijks sprake was. Op het koninklijke hof na was men boer of herder en werd in armzalige hutten of tenten gewoond. Door opgravingen die pas in de eerste helft van de 20e eeuw goed op gang kwamen, moest dit beeld volledig worden bijgesteld. Steeds vaker werden in het gebied wat vroeger bekend stond als Mesopotamië paleizen en complete bibliotheken met kleitabletten ontdekt. Koningen waarvan men had gedacht dat ze niet meer dan een mythe waren, bleken echt geregeerd te hebben. In enkele gevallen ging het zelfs om koningen die ook in het Oude Testament genoemd werden (b.v. koning Sargon, genoemd in Jesaja 20). Ook in de buurt van Ur, stad der Chaldeeën en woonplaats van Abraham, werd gegraven. Hier werden ook de nodige kleitabletten gevonden. Ze waren 4000 tot 5000 jaar geleden beschreven.
Op grond van archeologische vondsten moest men het beeld van de beschaving in de tijd van Abraham bijstellen. Er was niet langer sprake van boeren en herders in simpele onderkomens, het was duidelijk dat er complete steden waren gebouwd en dat gebruik gemaakt werd van allerlei technieken, zoals irrigatie, om in het levensonderhoud van de bevolking te voorzien. Toen het spijkerschrift eenmaal ontcijferd was en de vertalingen op gang waren gekomen, moest men ook terugkomen op het idee dat het slechts koningen en ambtenaren waren die zich van het schrift bedienden. De kleitabletten werden overal voor gebruikt, ook briefwisselingen tussen moeder en zoon waarin wordt geïnformeerd naar de gezondheid. Wie zelf niet kon schrijven en lezen, kon de diensten inhuren van één van de vele schrijvers die op speciale scholen werden opgeleid.
Op grond van de conclusie dat het schrift al heel lang in gebruik was bij de bevolking, ging Wiseman verder zoeken naar bewijzen voor een schriftelijke vastlegging van het boek Genesis. Het was volgens hem onvoorstelbaar dat zoiets belangrijks als het woord van God niet opgetekend zou zijn, terwijl onbeduidende familiezaken wel werden opgeschreven. Uitgebreide analyses van de literaire gewoontes duizenden jaren geleden leverde een goed beeld op van de manier waarop vertellingen werden vastgelegd. Diezelfde schrijfwijze is ook terug te vinden in de eerste boeken van Genesis. Echter, door onbekendheid hiermee is de indeling van de bijbel niet helemaal correct. Nu beginnen hoofdstukken vaak met ‘dit is de geschiedenis van’ of iets van die strekking. Dat is echter geen openingszin, maar een slotzin en geeft aan wie het voorafgaande verhaal op schrift heeft laten stellen. Via overlevering kwamen de kleitabletten bij Mozes terecht, die Genesis als één geheel samenstelde en waar nodig nog plaatsen en streken van andere namen voorzag voor zover die in onbruik geraakt waren. Het is bekend dat ten tijde van Mozes het spijkerschrift nog volop gebruikt werd in de buitengebieden van het Egyptische rijk en dat via kleitabletten contact met het hof werd onderhouden. Mozes was uitstekend opgeleid en zou dus de kleitabletten van zijn voorvaderen hebben kunnen lezen. Daar deze echter in een andere taal waren geschreven en over een langere periode, ontstonden verschillen tussen de hoofdstukken in een poging zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke betekenis te blijven.
Als de tekst pas op schrift gezet zou zijn door een aantal redactoren, is het niet waarschijnlijk dat zij diverse godsnamen zouden gebruiken of zich zouden bedienen van oude nietszeggende namen met daarbij tegelijkertijd de nieuwe namen opdat men anders niet zou weten waar de gebeurtenissen zich afspeelden. Ook niet logisch is het gebruik van Babylonische woorden alleen in het eerste deel van Genesis, maar niet in het deel van het verhaal welke zich in Egypte afspeelt. Hier overheersen Egyptische woorden en vermelde gebruiken. De verschillen tussen de diverse hoofdstukken hoeft niet verklaard te worden met tal van redactoren, maar kan eenvoudig verklaard worden uit het grote aantal nakomelingen sinds Adam die steeds hun geschiedenis hebben opgeschreven.
Argumenten die pleiten voor de echtheid van Genesis worden vooralsnog slechts in kleine kring aanvaard. De algemeen aanvaarde theorie blijft dat het Oude Testament pas relatief laat op schrift is gesteld en dat men zich daarbij liet inspireren door Babylonische verhalen die dan van de polytheïstische versie werden omgeschreven naar een monotheïstisch verhaal. Het wachten is op de ontdekking van kleitabletten met een zondvloedverhaal wat ouder is dan het beroemde Babylonische Gilgamesj epos. Volgens velen de bron van ons eigen zondvloed verhaal, volgens sommigen echter een opgesmukte kopie van het oorspronkelijke zondvloed verhaal met God en Noach in de hoofdrol.
Links
Recensies op Crimezone.nl
Ontstaan van het Oude Testament
Datering van bijbelteksten (Engelstalig)
Hypothese van Wiseman (Wikipedia, Engelstalig)
De formuleringen van de teksten in Genesis
De schrijfkunst in bijbelse tijden
Archeologische vondsten die de bijbel bevestigen (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
Het Mozes mysterie - Harry Tenholter
donderdag 26 april 2012
dinsdag 14 februari 2012
De Julianus inscriptie – Gregg Loomis (2006)
Labels:
Jezus,
kruisiging,
Nieuwe Testament
Titel: De Julianus inscriptie
Auteur: Gregg Loomis
Uitgeverij Karakter (www.karakteruitgevers.nl)
Het verhaal
In Spanje wordt de gepensioneerde CIA agent Don Huff vermoord. Zijn voormalig collega Lang Reilly wordt gevraagd om uit te zoeken wie hier achter zit. In eerste instantie lijkt het te draaien om het boek wat Huff aan het schrijven was en waarin hij de gangen naliep van een SS-officier. Was Huff deze man op het spoor en werd hem om die reden het zwijgen opgelegd? Al snel wordt duidelijk dat er wel een verband is met de SS-officier, maar dat het meer te maken heeft met de akties van deze man dan met de man zelf.
Terwijl Lang probeert het onderzoek van Huff te reconstrueren om zo te ontdekken wat kennelijk geheim moet blijven, wordt duidelijk dat iemand zijn gangen nagaat en zelfs pogingen doet om hem het zwijgen op te leggen.
De aanwijzingen die Lang vindt geven aan dat de SS-officier op twee plaatsen, het Vaticaan en de regio van de katharen in Frankrijk, op zoek was naar een geheim over Christus. Wat het ook is, het geheim bestaat kennelijk nog en er is een groep die dit met alles wat ze in hun macht hebben wil beschermen. Zal het Lang lukken om het geheim te achterhalen en dit avontuur te overleven?
Bijbelse connectie
Het boek De Julianus inscriptie heeft een relatie met de rol van Jezus als prediker, de relatie met de Romeinen en de veroordeling tot het kruis. De grote vraag is of de preken alleen over geloofszaken gingen, of dat de preken een aanzet waren tot een opstand tegen de Romeinse overheersers.
In het evangelie van Matteus wordt Jezus neergezet als een pacifist. Jezus zegt dat als iemand je slaat op de ene wang, je dan de andere wang moet toekeren. Ook spoort Jezus de mensen aan om hun vijanden lief te hebben. Bij de genezingen maakte Jezus geen onderscheid, ook een Romeinse centurion die om hulp vroeg voor zijn zieke slaaf werd verhoord. Als Jezus eenmaal gevangen is genomen wordt hij voor Pontius Pilatus geleid. Deze vraagt hem naar de betekenis van de titel Koning der Joden. In Johannes lezen we dat Jezus antwoord dat het niet om een koninkrijk op deze aarde gaat. Dat is reden genoeg voor Pontius Pilatus om hem nergens schuldig aan te bevinden. Onder druk van de hogepriesters en het volk wordt Jezus uiteindelijk wel tot de kruisdood veroordeeld.
Tegenover de teksten die een voor Romeinen ongevaarlijke Jezus beschrijven staan in het evangelie van Matteus teksten die een ander beeld oproepen. Matteus opent met de vermelding dat Jezus een afstammeling is van de koningen David en Salomo en er dus gezegd kan worden dat Hij uit een koninklijk geslacht komt. Dit suggereert dan ook meteen dat Jezus de wettige erfgenaam is van de troon van een joodse staat. Matteus schrijft vervolgens over Herodes, de lokale heerser van Juda, die schrikt als de magiërs uit het oosten hem vragen waar ze de pasgeboren koning der joden kunnen vinden. Zijn eigen schriftgeleerden wijzen naar Betlehem, want in de bijbel is voorzegt dat daar een leider van Israël vandaan zal komen. Vervolgens geeft Herodes opdracht om alle jongetjes tot twee jaar in de wijde omgeving van Betlehem om te brengen. Herodes ziet in Jezus een bedreiging van de vrede en Matteus wakkert dat verder aan door te verwijzen naar de uitspraak van Jezus dat Hij niet gekomen is vrede te brengen, maar het zwaard. De intocht in Jeruzalem sluit hierbij aan. Volgens Matteus kwam Jezus met opzet op een ezel aangereden, opdat de oude profetie van Zacharia in vervulling zou gaan. Zacharia had voorspeld dat de nieuwe koning op deze manier aan zou komen.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
Zacharia 9:9-10, een nieuwe koning zal heersen over Israël
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Matteus 5: 39-45, heb je vijanden lief
Matteus 8:5-13, Jezus geneest de slaaf van een Romein
Johannes 18:29-38: Pontius Pilatus vindt geen schuld bij Jezus
Matteus 1:1-17, afstamming van Jezus
Matteus 2: 1-16, de nieuwe koning van Israël is geboren
Matteus 10:34, Jezus komt geen vrede brengen
Matteus 21:1-9: intocht in Jeruzalem conform de profetie
Stof tot nadenken
De titel van het boek verwijst naar keizer Julianus, de laatste niet-christelijke keizer van het Romeinse Rijk. Hoewel keizer Constantijn de Grote in 313 het christendom al tot officieel toegestane godsdienst had verklaard en dit vervolgens tot de dominante godsdienst uitgroeide, werd dit door zijn opvolger Julianus niet gesteund. Integendeel, hij probeerde de oude Romeinse godsdienst in ere te herstellen. Door een reeks van acties werden de christenen beknot in de uitoefening van hun godsdienst en in de hoop interne scheuringen te veroorzaken werden bisschoppen teruggehaald die eerder verbannen waren uit de kerk vanwege afwijkende geloofsopvattingen. De auteur van het boek heeft deze context gebruikt om een document op te laten duiken welke door Julianus gebruikt zou kunnen zijn om Jezus Christus en de geloofsstellingen van het christendom in diskrediet te brengen.
Ten tijde van Jezus was het land bezet door de Romeinen en het volk van Israël droomde al lang van vrijheid. Vrijheid die hen gebracht zou worden door een voorzegde messias. De Romeinen zorgden er wel voor dat de aangestelde lokale heersers hen goedgezind waren en stonden ook een zekere mate van godsdienstvrijheid toe zolang het overheerste volk zich maar rustig hield. De joodse elite en de joodse raad hielden de Romeinen graag te vriend en hadden er belang bij om extreme religieuze bewegingen de kop in te drukken.
In Johannes 11 (47-50) is dat duidelijk te lezen, omdat de joodse raad bezorgd is dat de acties van Jezus zullen leiden tot ingrijpen van de Romeinen met als gevolg vernietiging van de tempel en het joodse volk. Dat het volk geloofde dat Jezus de beloofde messias was, is te lezen in Lucas 24 (13-21) waar de Emmaus gangers verzuchten dat ze hadden gehoopt dat Jezus het land zou bevrijden.
Alle reden dus om aan te nemen dat de Romeinen de onruststoker Jezus zouden laten oppakken en terechtstellen. Niet-bijbelse bronnen vernoemen Jezus steeds als iemand die door de Romeinen als misdadiger is veroordeeld. Tacitus schrijft dat Pontius Pilates verantwoordelijk was voor de veroordeling. Ook Flavius Josephus schrijft over de veroordeling door Pontius Pilatus.
Als de Romeinen wel een rol van betekenis hadden gespeeld in de veroordeling van Jezus, waarom kon dat dan niet gewoon gezegd worden? Volgens filosoof en theoloog Hein Vergeer heeft dat alles te maken met de tijd en plaats van het eerste evangelie (dat van Marcus). Dit evangelie was geschreven nadat de Romeinen de opstand in Israël met harde hand hadden neergeslagen, de tempel was verwoest en een aantal tempelschatten naar Rome waren gebracht. De Romeinen in slecht daglicht stellen was geen optie. Nog veel minder een optie was bekennen dat Jezus als een misdadiger was veroordeeld. Veel van de nieuwe aanhangers van het christendom kwamen uit gegoede Romeinse kringen, die onmiddellijk zouden afhaken bij het idee dat de geloofsboodschap van een veroordeelde man kwam. De Romeinen uit het verhaal verwijderen en de dood van Jezus volledig koppelen aan de acties van de joodse raad behoorde ook niet tot de mogelijkheden, gezien te veel mensen wisten dat Jezus voor Pontius Pilatus had moeten verschijnen. De gulden middenweg was dus gevonden in het verhaal waarin Pontius Pilates onder grote druk van de joodse raad en het joodse volk Jezus ter dood brengt.
Was het in de eerste eeuwen na Christus nog van belang om historische feiten te onderdrukken, na tweeduizend jaar is dit van ondergeschikt belang geworden. In De Julianus inscriptie wordt een verbeten strijd gevoerd om een veroordeling van Jezus door Pontius Pilatus geheim te houden. Dat uitlekken hiervan het christendom op haar grondvesten zal doen schudden en de mensen van hun geloof zullen vallen komt niet erg realistisch over.
Links
Jezus in de leer bij Johannes de Doper
Jezus onder de Romeinen
Jezus wordt veroordeeld
Historische bronnen over Jezus (Engelstalig)
Jezus als oproerkraaier
Boeken met verwant thema
Het Messias mysterie - Andreas Eschbach
Het vuurevangelie - Michel Faber
Auteur: Gregg Loomis
Uitgeverij Karakter (www.karakteruitgevers.nl)
Het verhaal
In Spanje wordt de gepensioneerde CIA agent Don Huff vermoord. Zijn voormalig collega Lang Reilly wordt gevraagd om uit te zoeken wie hier achter zit. In eerste instantie lijkt het te draaien om het boek wat Huff aan het schrijven was en waarin hij de gangen naliep van een SS-officier. Was Huff deze man op het spoor en werd hem om die reden het zwijgen opgelegd? Al snel wordt duidelijk dat er wel een verband is met de SS-officier, maar dat het meer te maken heeft met de akties van deze man dan met de man zelf.
Terwijl Lang probeert het onderzoek van Huff te reconstrueren om zo te ontdekken wat kennelijk geheim moet blijven, wordt duidelijk dat iemand zijn gangen nagaat en zelfs pogingen doet om hem het zwijgen op te leggen.
De aanwijzingen die Lang vindt geven aan dat de SS-officier op twee plaatsen, het Vaticaan en de regio van de katharen in Frankrijk, op zoek was naar een geheim over Christus. Wat het ook is, het geheim bestaat kennelijk nog en er is een groep die dit met alles wat ze in hun macht hebben wil beschermen. Zal het Lang lukken om het geheim te achterhalen en dit avontuur te overleven?
Bijbelse connectie
Het boek De Julianus inscriptie heeft een relatie met de rol van Jezus als prediker, de relatie met de Romeinen en de veroordeling tot het kruis. De grote vraag is of de preken alleen over geloofszaken gingen, of dat de preken een aanzet waren tot een opstand tegen de Romeinse overheersers.
In het evangelie van Matteus wordt Jezus neergezet als een pacifist. Jezus zegt dat als iemand je slaat op de ene wang, je dan de andere wang moet toekeren. Ook spoort Jezus de mensen aan om hun vijanden lief te hebben. Bij de genezingen maakte Jezus geen onderscheid, ook een Romeinse centurion die om hulp vroeg voor zijn zieke slaaf werd verhoord. Als Jezus eenmaal gevangen is genomen wordt hij voor Pontius Pilatus geleid. Deze vraagt hem naar de betekenis van de titel Koning der Joden. In Johannes lezen we dat Jezus antwoord dat het niet om een koninkrijk op deze aarde gaat. Dat is reden genoeg voor Pontius Pilatus om hem nergens schuldig aan te bevinden. Onder druk van de hogepriesters en het volk wordt Jezus uiteindelijk wel tot de kruisdood veroordeeld.
Tegenover de teksten die een voor Romeinen ongevaarlijke Jezus beschrijven staan in het evangelie van Matteus teksten die een ander beeld oproepen. Matteus opent met de vermelding dat Jezus een afstammeling is van de koningen David en Salomo en er dus gezegd kan worden dat Hij uit een koninklijk geslacht komt. Dit suggereert dan ook meteen dat Jezus de wettige erfgenaam is van de troon van een joodse staat. Matteus schrijft vervolgens over Herodes, de lokale heerser van Juda, die schrikt als de magiërs uit het oosten hem vragen waar ze de pasgeboren koning der joden kunnen vinden. Zijn eigen schriftgeleerden wijzen naar Betlehem, want in de bijbel is voorzegt dat daar een leider van Israël vandaan zal komen. Vervolgens geeft Herodes opdracht om alle jongetjes tot twee jaar in de wijde omgeving van Betlehem om te brengen. Herodes ziet in Jezus een bedreiging van de vrede en Matteus wakkert dat verder aan door te verwijzen naar de uitspraak van Jezus dat Hij niet gekomen is vrede te brengen, maar het zwaard. De intocht in Jeruzalem sluit hierbij aan. Volgens Matteus kwam Jezus met opzet op een ezel aangereden, opdat de oude profetie van Zacharia in vervulling zou gaan. Zacharia had voorspeld dat de nieuwe koning op deze manier aan zou komen.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
Zacharia 9:9-10, een nieuwe koning zal heersen over Israël
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Matteus 5: 39-45, heb je vijanden lief
Matteus 8:5-13, Jezus geneest de slaaf van een Romein
Johannes 18:29-38: Pontius Pilatus vindt geen schuld bij Jezus
Matteus 1:1-17, afstamming van Jezus
Matteus 2: 1-16, de nieuwe koning van Israël is geboren
Matteus 10:34, Jezus komt geen vrede brengen
Matteus 21:1-9: intocht in Jeruzalem conform de profetie
Stof tot nadenken
De titel van het boek verwijst naar keizer Julianus, de laatste niet-christelijke keizer van het Romeinse Rijk. Hoewel keizer Constantijn de Grote in 313 het christendom al tot officieel toegestane godsdienst had verklaard en dit vervolgens tot de dominante godsdienst uitgroeide, werd dit door zijn opvolger Julianus niet gesteund. Integendeel, hij probeerde de oude Romeinse godsdienst in ere te herstellen. Door een reeks van acties werden de christenen beknot in de uitoefening van hun godsdienst en in de hoop interne scheuringen te veroorzaken werden bisschoppen teruggehaald die eerder verbannen waren uit de kerk vanwege afwijkende geloofsopvattingen. De auteur van het boek heeft deze context gebruikt om een document op te laten duiken welke door Julianus gebruikt zou kunnen zijn om Jezus Christus en de geloofsstellingen van het christendom in diskrediet te brengen.
Ten tijde van Jezus was het land bezet door de Romeinen en het volk van Israël droomde al lang van vrijheid. Vrijheid die hen gebracht zou worden door een voorzegde messias. De Romeinen zorgden er wel voor dat de aangestelde lokale heersers hen goedgezind waren en stonden ook een zekere mate van godsdienstvrijheid toe zolang het overheerste volk zich maar rustig hield. De joodse elite en de joodse raad hielden de Romeinen graag te vriend en hadden er belang bij om extreme religieuze bewegingen de kop in te drukken.
In Johannes 11 (47-50) is dat duidelijk te lezen, omdat de joodse raad bezorgd is dat de acties van Jezus zullen leiden tot ingrijpen van de Romeinen met als gevolg vernietiging van de tempel en het joodse volk. Dat het volk geloofde dat Jezus de beloofde messias was, is te lezen in Lucas 24 (13-21) waar de Emmaus gangers verzuchten dat ze hadden gehoopt dat Jezus het land zou bevrijden.
Alle reden dus om aan te nemen dat de Romeinen de onruststoker Jezus zouden laten oppakken en terechtstellen. Niet-bijbelse bronnen vernoemen Jezus steeds als iemand die door de Romeinen als misdadiger is veroordeeld. Tacitus schrijft dat Pontius Pilates verantwoordelijk was voor de veroordeling. Ook Flavius Josephus schrijft over de veroordeling door Pontius Pilatus.
Als de Romeinen wel een rol van betekenis hadden gespeeld in de veroordeling van Jezus, waarom kon dat dan niet gewoon gezegd worden? Volgens filosoof en theoloog Hein Vergeer heeft dat alles te maken met de tijd en plaats van het eerste evangelie (dat van Marcus). Dit evangelie was geschreven nadat de Romeinen de opstand in Israël met harde hand hadden neergeslagen, de tempel was verwoest en een aantal tempelschatten naar Rome waren gebracht. De Romeinen in slecht daglicht stellen was geen optie. Nog veel minder een optie was bekennen dat Jezus als een misdadiger was veroordeeld. Veel van de nieuwe aanhangers van het christendom kwamen uit gegoede Romeinse kringen, die onmiddellijk zouden afhaken bij het idee dat de geloofsboodschap van een veroordeelde man kwam. De Romeinen uit het verhaal verwijderen en de dood van Jezus volledig koppelen aan de acties van de joodse raad behoorde ook niet tot de mogelijkheden, gezien te veel mensen wisten dat Jezus voor Pontius Pilatus had moeten verschijnen. De gulden middenweg was dus gevonden in het verhaal waarin Pontius Pilates onder grote druk van de joodse raad en het joodse volk Jezus ter dood brengt.
Was het in de eerste eeuwen na Christus nog van belang om historische feiten te onderdrukken, na tweeduizend jaar is dit van ondergeschikt belang geworden. In De Julianus inscriptie wordt een verbeten strijd gevoerd om een veroordeling van Jezus door Pontius Pilatus geheim te houden. Dat uitlekken hiervan het christendom op haar grondvesten zal doen schudden en de mensen van hun geloof zullen vallen komt niet erg realistisch over.
Links
Jezus in de leer bij Johannes de Doper
Jezus onder de Romeinen
Jezus wordt veroordeeld
Historische bronnen over Jezus (Engelstalig)
Jezus als oproerkraaier
Boeken met verwant thema
Het Messias mysterie - Andreas Eschbach
Het vuurevangelie - Michel Faber
dinsdag 27 december 2011
De Zwarte Madonna - Davis Bunn (2010)
Labels:
Nieuwe Testament,
Oude Testament,
relieken
Titel: De Zwarte Madonna
Auteur: Davis Bunn
Uitgeverij Kok (www.kok.nl)
Het verhaal
Storm Syrell probeert het faillissement van haar handel in duur antiek te voorkomen en als zich de gelegenheid voordoet om als koper voor een zeer rijke cliënt stukken aan te schaffen, gaat ze in op het aanbod. Het contact met de onbekende koper verloopt via een tussenpersoon, van wie ze volmacht krijgt om bepaalde stukken tegen ieder waarde te kopen. Dat is ook nodig, want er is kennelijk nog een andere hele rijke partij die op dezelfde stukken lijkt te azen. De zaken worden steeds gecompliceerder, want niet alleen op veilingen spelen zich dramatische taferelen af, ook ver daarbuiten vallen slachtoffers die op één of andere manier allemaal met deze zaak te maken hebben. Het beeld van waar het over gaat wordt wat duidelijker als blijkt dat de rode draad in de zaak draait rondom relieken en iconen waar wonderbaarlijke krachten aan worden toegeschreven. Wie zit hier achter, waarom worden deze voorwerpen aangekocht of zelfs gestolen uit kloosters en hoeveel ontvoeringen, vuurgevechten en bommen gaan er nog komen?
Bijbelse connectie
Het boek De Zwarte Madonna heeft een relatie met de kracht van iconen en relieken. Het woord reliek komt niet in de bijbel voor en ook reliekverering wordt nergens genoemd. Wel wordt zowel in het Oude als Nieuwe Testament aangegeven dat de kracht van profeten, apostelen en Jezus zelf kon overgaan op voorwerpen die hierdoor genezende eigenschappen kregen.
De eerste vermelding van de kracht van de botten van een overleden profeet lezen we in het Oude Testament. Kort nadat Elisa begraven was, vielen Moabitische bendes het land in. Juist op dat moment was een begrafenis aan de gang. De familie besloot te vluchten en om de overledene niet te laten liggen, wierpen ze deze in het graf van Elisa. Hierop kwam de dode weer tot leven. Bij deze ene vermelding in het OT blijft het.
In het Nieuwe Testament wordt op twee plaatsen vermeld dat krachten zijn overgegaan op kleding. In Marcus staat te lezen dat toen een al twaalf jaar zieke vrouw hoopte op genezing als ze in staat zou zijn om het kleed van Jezus aan te raken. In de menigte die om Hem heen verzameld is, lukt het haar om achter Jezus te komen en de zoom van Zijn bovenkleed aan te raken. Onmiddellijk is ze genezen van haar kwaal. In Handelingen wordt verteld dat Paulus bijzondere krachten had gekregen en dat die zelfs waren overgegaan op de doeken die hij droeg. Deze doeken werden naar de zieken gebracht, waarop ze genezen werden.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
2 Koningen 13:20-21, de botten van Elisa brengen een dode tot leven
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Marcus 5:21-34, genezing na het aanraken van het kleed van Christus
Handelingen 19:11-12, met de doeken van Paulus worden mensen genezen
Stof tot nadenken
De verering van relieken was geen gebruik binnen het jodendom, integendeel, iedere vorm van het aanraken van een dode leidde tot onreinheid. Veel van de bekeerde christenen waren geen joden, maar aanhangers van diverse godsdiensten die populair waren in het Romeinse Rijk. In deze godsdiensten was reliekverering een normaal en geaccepteerd gebruik; het gebruik bleef in zwang, de enige verandering was dat de relieken nu samenhingen met bijbelse personen of later heilig verklaarde personen.
In de middeleeuwen waren de verhalen over wonderen die samenhingen met relieken zo populair dat iedere machthebber probeerde in het bezit te komen van een reliek. Dit bezit gaf een zekere status en bescherming tegen vijanden. Ook kerkhoofden deden hun uiterste best om bijzondere relieken te verkrijgen opdat er maar zoveel mogelijk mensen hun kerk zouden bezoeken (en financieel bij zouden dragen). De kruistochten waren niet alleen om het Heilige Land te bevrijden, maar dienden zeer zeker ook om zoveel mogelijk relieken te bemachtigen. Daarbij maakte het nauwelijks uit wie in bezit was van de relieken, mede-christenen werden net zo gemakkelijk beroofd als ieder ander.
Vanuit de vroege kerk werd de verering onderschreven, zolang maar duidelijk bleef dat het niet de voorwerpen of heiligen zelf waren die werden aanbeden, maar dat dit alleen maar manieren waren om dichter bij God te komen.
Tijdens het tweede concilie van Nicea (in 767) werd bepaald dat iedere kerk een reliek bij het altaar dient te hebben. De Rooms-katholieke kerk kent een officiële indeling van soorten relieken:
Enkele belangrijke kerkvaders uit de eerste eeuwen na Christus schreven over de kracht van relieken en het achterblijven van een soort kracht in de overblijfselen van de overleden heiligen. De katholieke kerk beschouwt dit als een persoonlijke mening want het officiële standpunt is nog steeds dat er geen bijzondere helende krachten verbonden zijn aan relieken zelf. Wonderen die gebeuren zijn werken van God en de relieken zijn van ondergeschikt belang.
Wie denkt dat de verhalen over wonderbaarlijke genezingen voornamelijk middeleeuws zijn, maakt een vergissing. Er worden nog steeds wonderen gemeld. In 2011 werden de relieken van de heilige Don Bosco door India gedragen, een spoor van wonderen achter zich latend. Die wonderen dienen nog wel onderzocht te worden, maar een onmiskenbaar effect is wel het opbloeien van de geloofsbeleving van de gemeentes die bezocht werden.
Juist omdat de kerk van mening is dat het niet de relieken zelf zijn die een helende kracht bezitten is hier geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Waar wel enig onderzoek naar gedaan is, is het overbrengen van helende krachten op doeken.
In de jaren zestig van de vorige eeuw deed bioloog Bernard Grad onderzoek naar de helende krachten van Oscar Estabany. Om invloeden van geloofsovertuiging uit te sluiten, deed hij uitsluitende onderzoek met muizen. De experimenten toonden aan dat de muizen die door Estabany werden aangeraakt sneller genazen. Er werd zelfs vastgesteld dat aanraking niet eens nodig was, de genezing verliep zelfs sneller met doeken die door Estabany waren aangeraakt met de intentie om te helen.
De Cukierski familie weet van religie handel te maken. Zij bieden gebedsdoeken aan die in aanraking zijn geweest met minstens vijftien gecertificeerde relieken en daarbij wijzen ze op de bijbelse teksten die helende krachten toeschrijven aan de doeken van Paulus. Desalniettemin geven ze geen garantie dat de doeken zullen werken. Het is en blijft God die beslist over genezing.
Links
Relieken in de Katholieke Encyclopedie (Engels)
Relieken op Wikipedia
Relieken op Wikipedia (Engels)
Relieken van Don Bosco in India (Engels)
Experimenten van Bernard Grad (Engels)
Gebedsdoeken te koop (Engels)
Boeken met verwant thema
De opvolger - Alex van Galen
Auteur: Davis Bunn
Uitgeverij Kok (www.kok.nl)
Het verhaal
Storm Syrell probeert het faillissement van haar handel in duur antiek te voorkomen en als zich de gelegenheid voordoet om als koper voor een zeer rijke cliënt stukken aan te schaffen, gaat ze in op het aanbod. Het contact met de onbekende koper verloopt via een tussenpersoon, van wie ze volmacht krijgt om bepaalde stukken tegen ieder waarde te kopen. Dat is ook nodig, want er is kennelijk nog een andere hele rijke partij die op dezelfde stukken lijkt te azen. De zaken worden steeds gecompliceerder, want niet alleen op veilingen spelen zich dramatische taferelen af, ook ver daarbuiten vallen slachtoffers die op één of andere manier allemaal met deze zaak te maken hebben. Het beeld van waar het over gaat wordt wat duidelijker als blijkt dat de rode draad in de zaak draait rondom relieken en iconen waar wonderbaarlijke krachten aan worden toegeschreven. Wie zit hier achter, waarom worden deze voorwerpen aangekocht of zelfs gestolen uit kloosters en hoeveel ontvoeringen, vuurgevechten en bommen gaan er nog komen?
Bijbelse connectie
Het boek De Zwarte Madonna heeft een relatie met de kracht van iconen en relieken. Het woord reliek komt niet in de bijbel voor en ook reliekverering wordt nergens genoemd. Wel wordt zowel in het Oude als Nieuwe Testament aangegeven dat de kracht van profeten, apostelen en Jezus zelf kon overgaan op voorwerpen die hierdoor genezende eigenschappen kregen.
De eerste vermelding van de kracht van de botten van een overleden profeet lezen we in het Oude Testament. Kort nadat Elisa begraven was, vielen Moabitische bendes het land in. Juist op dat moment was een begrafenis aan de gang. De familie besloot te vluchten en om de overledene niet te laten liggen, wierpen ze deze in het graf van Elisa. Hierop kwam de dode weer tot leven. Bij deze ene vermelding in het OT blijft het.
In het Nieuwe Testament wordt op twee plaatsen vermeld dat krachten zijn overgegaan op kleding. In Marcus staat te lezen dat toen een al twaalf jaar zieke vrouw hoopte op genezing als ze in staat zou zijn om het kleed van Jezus aan te raken. In de menigte die om Hem heen verzameld is, lukt het haar om achter Jezus te komen en de zoom van Zijn bovenkleed aan te raken. Onmiddellijk is ze genezen van haar kwaal. In Handelingen wordt verteld dat Paulus bijzondere krachten had gekregen en dat die zelfs waren overgegaan op de doeken die hij droeg. Deze doeken werden naar de zieken gebracht, waarop ze genezen werden.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
2 Koningen 13:20-21, de botten van Elisa brengen een dode tot leven
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Marcus 5:21-34, genezing na het aanraken van het kleed van Christus
Handelingen 19:11-12, met de doeken van Paulus worden mensen genezen
Stof tot nadenken
De verering van relieken was geen gebruik binnen het jodendom, integendeel, iedere vorm van het aanraken van een dode leidde tot onreinheid. Veel van de bekeerde christenen waren geen joden, maar aanhangers van diverse godsdiensten die populair waren in het Romeinse Rijk. In deze godsdiensten was reliekverering een normaal en geaccepteerd gebruik; het gebruik bleef in zwang, de enige verandering was dat de relieken nu samenhingen met bijbelse personen of later heilig verklaarde personen.
In de middeleeuwen waren de verhalen over wonderen die samenhingen met relieken zo populair dat iedere machthebber probeerde in het bezit te komen van een reliek. Dit bezit gaf een zekere status en bescherming tegen vijanden. Ook kerkhoofden deden hun uiterste best om bijzondere relieken te verkrijgen opdat er maar zoveel mogelijk mensen hun kerk zouden bezoeken (en financieel bij zouden dragen). De kruistochten waren niet alleen om het Heilige Land te bevrijden, maar dienden zeer zeker ook om zoveel mogelijk relieken te bemachtigen. Daarbij maakte het nauwelijks uit wie in bezit was van de relieken, mede-christenen werden net zo gemakkelijk beroofd als ieder ander.
Vanuit de vroege kerk werd de verering onderschreven, zolang maar duidelijk bleef dat het niet de voorwerpen of heiligen zelf waren die werden aanbeden, maar dat dit alleen maar manieren waren om dichter bij God te komen.
Tijdens het tweede concilie van Nicea (in 767) werd bepaald dat iedere kerk een reliek bij het altaar dient te hebben. De Rooms-katholieke kerk kent een officiële indeling van soorten relieken:
- Eerste klas relieken: eigenlijke delen van een heilige (b.v. bot, haar, tand, vinger)
- Tweede klas relieken: een voorwerp welke door een heilige gedragen werd (b.v. een mantel, een sok, een handschoen)
- Derde klas relieken: een stuk stof welke aangeraakt is door het lichaam van een heilige of een stuk stof welke bij de begraafplaats of de plaats van een visioen van een heilige is geweest.
Enkele belangrijke kerkvaders uit de eerste eeuwen na Christus schreven over de kracht van relieken en het achterblijven van een soort kracht in de overblijfselen van de overleden heiligen. De katholieke kerk beschouwt dit als een persoonlijke mening want het officiële standpunt is nog steeds dat er geen bijzondere helende krachten verbonden zijn aan relieken zelf. Wonderen die gebeuren zijn werken van God en de relieken zijn van ondergeschikt belang.
Wie denkt dat de verhalen over wonderbaarlijke genezingen voornamelijk middeleeuws zijn, maakt een vergissing. Er worden nog steeds wonderen gemeld. In 2011 werden de relieken van de heilige Don Bosco door India gedragen, een spoor van wonderen achter zich latend. Die wonderen dienen nog wel onderzocht te worden, maar een onmiskenbaar effect is wel het opbloeien van de geloofsbeleving van de gemeentes die bezocht werden.
Juist omdat de kerk van mening is dat het niet de relieken zelf zijn die een helende kracht bezitten is hier geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Waar wel enig onderzoek naar gedaan is, is het overbrengen van helende krachten op doeken.
In de jaren zestig van de vorige eeuw deed bioloog Bernard Grad onderzoek naar de helende krachten van Oscar Estabany. Om invloeden van geloofsovertuiging uit te sluiten, deed hij uitsluitende onderzoek met muizen. De experimenten toonden aan dat de muizen die door Estabany werden aangeraakt sneller genazen. Er werd zelfs vastgesteld dat aanraking niet eens nodig was, de genezing verliep zelfs sneller met doeken die door Estabany waren aangeraakt met de intentie om te helen.
De Cukierski familie weet van religie handel te maken. Zij bieden gebedsdoeken aan die in aanraking zijn geweest met minstens vijftien gecertificeerde relieken en daarbij wijzen ze op de bijbelse teksten die helende krachten toeschrijven aan de doeken van Paulus. Desalniettemin geven ze geen garantie dat de doeken zullen werken. Het is en blijft God die beslist over genezing.
Links
Relieken in de Katholieke Encyclopedie (Engels)
Relieken op Wikipedia
Relieken op Wikipedia (Engels)
Relieken van Don Bosco in India (Engels)
Experimenten van Bernard Grad (Engels)
Gebedsdoeken te koop (Engels)
Boeken met verwant thema
De opvolger - Alex van Galen
donderdag 13 oktober 2011
Menora – David Gibbins (2006)
Labels:
menora,
Oude Testament,
Tweede tempel
Titel: Menora
Auteur: David Gibbins
Uitgeverij Mynx (www.mynx.nl)
Het verhaal
Archeoloog Jack Howard is in de Gouden Hoorn bij Istanbul op zoek naar schatten uit het roemruchte verleden van Constantinopel. Hij hoopt voorwerpen te vinden uit de tijd van de vierde kruistocht die in het water zijn gegooid bij de plundering van de stad in 1204. Zijn grootste wens is om de joodse tempelschatten, waaronder de menora, te vinden. De menora wordt niet vanonder de modder gehaald, een stukje van een vikingschip echter wel. Gebaseerd op een onverwachte ontdekking in Engeland wordt gespeculeerd over het lot van de menora. Wellicht dat vikingen dit heilige voorwerp hebben meegenomen en dat deze op een nu nog onbekende plaats wacht op ontdekking. Het team gaat aan de slag met zoeken naar meer informatie en het volgen van aanwijzingen. In het voetspoor van de vikingen reizen ze de halve wereld af, jagend op iets waarvan ze niet weten of het nog te vinden is. Een geheime orde die zelf al eeuwen op zoek is naar de menora kruist het pad van het team, met gruwelijke gevolgen. Wordt de menora gevonden en in wiens handen zal deze uiteindelijk vallen?
Bijbelse connectie
Het boek Menora heeft een relatie met de menora die door de Romeinen in Jeruzalem buit werd gemaakt bij het neerslaan van de Eerste Joodse Revolutie. Over die vier jaar durende oorlog wordt niets in de bijbel geschreven, omdat dit buiten de tijdspanne van de verhalen gaat. Waar genoeg over te vinden is, is de menora zelf, waarvan het ontwerp al dateert uit de tijd van Mozes. Tijdens de exodus kreeg hij van God zelf instructies over een heiligdom en de voorwerpen die er in geplaatst zouden moeten worden. De menora (in de bijbel aangeduid met lampenstandaard) moest van zuiver goud gemaakt worden en een schacht met zes zijarmen hebben, drie aan elke kant. De armen moesten versierd worden met amandelbloesem en kelken met knop en bloemblaadjes hebben.
Koning Salomo bouwde als eerste een tempel voor de eredienst. Deze werd vernietigd door de binnenvallende Babyloniërs. Nadat het joodse volk uit ballingschap was teruggekeerd, werd een nieuwe tempel gebouwd en ook weer ingericht conform de instructies die Mozes gehad had. Koning Herodes vergrootte deze Tweede tempel. Toen in 66 n.Chr. de joden in opstand kwamen tegen de Romeinse overheersing, werd hen de oorlog verklaard. Het duurde uiteindelijk vier jaar voor de Romeinen de overwinning behaalden. Het doek viel met de belegering van Jeruzalem en het steen voor steen afbreken van de Tweede tempel, een gebeurtenis die ook al door Jezus voorzegd was. De belangrijkste tempelschatten, waaronder ook de menora, werden door de Romeinen buitgemaakt en verscheept naar Rome.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
Exodus 25: 31-40, ontwerp van de menora
1 Koningen 6,1-38, koning Salomo bouwt de Eerste Tempel
Ezra 1,1-4, de Tweede Tempel wordt gebouwd
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Matteüs 24:1-2, voorspelling van de vernietiging van de tempel
Stof tot nadenken
De Romeinen, onder leiding van Vespasianus en zijn zoon Titus, sloegen de Eerste Joodse Opstand hard neer. De vier jaar durende oorlog eindigde in 70 n.Chr. met de vernietiging van de tempel in Jerusalem. De schatten werden geroofd en de tempel steen voor steen afgebroken. De tempel stond vol goud en zilver, een welkome buit om de kosten van de oorlog mee te betalen. Niet alles werd echter omgesmolten tot geld, de belangrijkste attributen van de tempel, te weten de menora, de tafel van de toonbroden en de zilveren loftrompetten, werden intact gelaten en vervoerd naar Rome.
Gevangengenomen Joden werden gedwongen om samen met hun tempelschatten te paraderen door de straten van Rome. De boodschap was duidelijk, het joodse volk was tot in het hart getroffen en dat wat zij als het allerbelangrijkste voor het uitoefenen van hun godsdienst beschouwden was nu in bezit van Rome. Vespasianus liet de schatten in de Tempel van de Vrede plaatsen, samen met belangrijke objecten uit andere onderworpen landen. Iedereen kon een blik op de wereld werpen door middel van een bezoek aan de Tempel van de Vrede. De parade door de stad werd tien jaar later vereeuwigd op de boog van Titus, een monument wat nog steeds in Rome staat.
In 1996 en in 2003 kreeg het Vaticaan van Israëlische ministers het verzoek tot teruggave van de tempelschatten die in de kelders van het Vaticaan zouden liggen. Het Vaticaan ontkent tot op de dag van vandaag dat deze schatten daar zouden liggen en hebben dus niets teruggegeven. Echte harde bewijzen dat het Vaticaan de tempelschatten in bezit heeft zijn er niet. Er bestaan weliswaar middeleeuwse teksten die aangeven dat joodse pelgrims de schatten in het Vaticaan hebben gezien, maar diezelfde teksten bevatten ook beweringen waarvan heel duidelijk is dat ze onjuist zijn. Wellicht is de wens de vader van de gedachte geweest.
Omwille van de religieuze waarde van de tempelschatten zijn er al heel wat onderzoekers bezig geweest met het achterhalen van de locatie van deze schatten. Op een enkeling na die beweert dat de originele schatten in Israël zijn achtergebleven en slechts replica’s naar Rome werden verscheept, wordt aangenomen dat de schatten in Rome hebben gestaan tot de val van het Romeinse Rijk.
In 455 werd Rome geplunderd door de Vandalen die met schepen vol schatten wegvoeren naar hun thuisbasis Carthago. De tempelschatten werden niet omgesmolten, maar opgeslagen in het paleis van koning Genseric. Een mogelijke reden hiervoor was dat de Vandalen christelijk waren en de religieuze waarde van de schatten erkenden. De geloofsstroming van de Vandalen was het arianisme, een vorm die door de officiële kerk als ketterij was bestempeld, eerst tijdens het Concilie van Nicaea (325) en later nog een keer tijdens het Concilie van Constantinopel (381). De Vandalen lieten nagenoeg alle bisschoppen ombrengen of verbannen, hetgeen uiteindelijk leidde tot een aanval op bevel van de Byzantijnse keizer Justinianus.
In 533 voer generaal Belisarius naar Carthago en wist de Vandalen te verslaan. Koning Gelimer, die voorbereid was op problemen, had een schip klaarliggen in de haven van Hippo Regius en had de kapitein opdracht te geven om bij onraad met de schatten naar Spanje te varen. Zware winden dreven het schip echter steeds terug naar de kust en zo kon Belisarius de schatten, waaronder ook de tempelschatten, in handen krijgen en naar Constantinopel afvoeren. De oorlog met de Vandalen is uitgebreid beschreven door de Byzantijnse geschiedschrijver Procopius. Het verhaal van de tempelschatten eindigt met de terugkeer naar Jeruzalem. Keizer Justinianus was er van overtuigd geraakt dat de schat min of meer vervloekt was. Rome was geplunderd, Carthago was geplunderd en Constantinopel kon de volgende stad zijn. De tempelschatten moesten nog in hetzelfde jaar, 533, terug naar Jeruzalem om geen problemen meer te veroorzaken.
In het boek Menora wordt een iets andere geschiedenis aangehouden. Procopius noemt de tempelschatten namelijk niet bij naam, dus is het niet zeker of alle voorwerpen werden afgevoerd door de Vandalen en later overgebracht naar Constantinopel. Auteur David Gibbins laat de menora vanuit de Tempel van de Vrede overbrengen naar Constantinopel juist om uit handen van vijandige troepen te blijven. De menora zou ook niet met de andere tempelschatten zijn teruggegeven aan de kerken in Jeruzalem, maar in de stad gebleven zijn en uiteindelijk door de Varangiaanse Garde, de uit Vikingen bestaande lijfwachten van de Byzantijnse keizers, gestolen zijn en afgevoerd naar Europa.
Eén ding staat vast, tot op heden is de menora nog niet teruggevonden. Is deze rond 1042 uit Constantinopel gestolen door de Vikingen en afgevoerd naar Europa? Of is de menora weggevoerd toen de Perzen in 614 Jerusalem plunderden? De zoektocht gaat verder.
Links
Recensies op Crimezone.nl
Verzoek aan het Vaticaan om tempelschatten terug te geven (Engelstalig)
Arianisme op Wikipedia
De oorlog met de Vandalen op Wikipedia (Engelstalig)
Oorlog met de Vandalen door geschiedschrijver Procopius (Engelstalig)
Verovering van Jerusalem in 614 op Wikipedia (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
Het goud van Herodes - Davis Bunn
De dodelijke zeerol - Lionel Davidson
De tempelcodex – Joel C. Rosenberg
Contract met God - Juan Gomez-Jurado
Auteur: David Gibbins
Uitgeverij Mynx (www.mynx.nl)
Het verhaal
Archeoloog Jack Howard is in de Gouden Hoorn bij Istanbul op zoek naar schatten uit het roemruchte verleden van Constantinopel. Hij hoopt voorwerpen te vinden uit de tijd van de vierde kruistocht die in het water zijn gegooid bij de plundering van de stad in 1204. Zijn grootste wens is om de joodse tempelschatten, waaronder de menora, te vinden. De menora wordt niet vanonder de modder gehaald, een stukje van een vikingschip echter wel. Gebaseerd op een onverwachte ontdekking in Engeland wordt gespeculeerd over het lot van de menora. Wellicht dat vikingen dit heilige voorwerp hebben meegenomen en dat deze op een nu nog onbekende plaats wacht op ontdekking. Het team gaat aan de slag met zoeken naar meer informatie en het volgen van aanwijzingen. In het voetspoor van de vikingen reizen ze de halve wereld af, jagend op iets waarvan ze niet weten of het nog te vinden is. Een geheime orde die zelf al eeuwen op zoek is naar de menora kruist het pad van het team, met gruwelijke gevolgen. Wordt de menora gevonden en in wiens handen zal deze uiteindelijk vallen?
Bijbelse connectie
Het boek Menora heeft een relatie met de menora die door de Romeinen in Jeruzalem buit werd gemaakt bij het neerslaan van de Eerste Joodse Revolutie. Over die vier jaar durende oorlog wordt niets in de bijbel geschreven, omdat dit buiten de tijdspanne van de verhalen gaat. Waar genoeg over te vinden is, is de menora zelf, waarvan het ontwerp al dateert uit de tijd van Mozes. Tijdens de exodus kreeg hij van God zelf instructies over een heiligdom en de voorwerpen die er in geplaatst zouden moeten worden. De menora (in de bijbel aangeduid met lampenstandaard) moest van zuiver goud gemaakt worden en een schacht met zes zijarmen hebben, drie aan elke kant. De armen moesten versierd worden met amandelbloesem en kelken met knop en bloemblaadjes hebben.
Koning Salomo bouwde als eerste een tempel voor de eredienst. Deze werd vernietigd door de binnenvallende Babyloniërs. Nadat het joodse volk uit ballingschap was teruggekeerd, werd een nieuwe tempel gebouwd en ook weer ingericht conform de instructies die Mozes gehad had. Koning Herodes vergrootte deze Tweede tempel. Toen in 66 n.Chr. de joden in opstand kwamen tegen de Romeinse overheersing, werd hen de oorlog verklaard. Het duurde uiteindelijk vier jaar voor de Romeinen de overwinning behaalden. Het doek viel met de belegering van Jeruzalem en het steen voor steen afbreken van de Tweede tempel, een gebeurtenis die ook al door Jezus voorzegd was. De belangrijkste tempelschatten, waaronder ook de menora, werden door de Romeinen buitgemaakt en verscheept naar Rome.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
Exodus 25: 31-40, ontwerp van de menora
1 Koningen 6,1-38, koning Salomo bouwt de Eerste Tempel
Ezra 1,1-4, de Tweede Tempel wordt gebouwd
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Matteüs 24:1-2, voorspelling van de vernietiging van de tempel
Stof tot nadenken
De Romeinen, onder leiding van Vespasianus en zijn zoon Titus, sloegen de Eerste Joodse Opstand hard neer. De vier jaar durende oorlog eindigde in 70 n.Chr. met de vernietiging van de tempel in Jerusalem. De schatten werden geroofd en de tempel steen voor steen afgebroken. De tempel stond vol goud en zilver, een welkome buit om de kosten van de oorlog mee te betalen. Niet alles werd echter omgesmolten tot geld, de belangrijkste attributen van de tempel, te weten de menora, de tafel van de toonbroden en de zilveren loftrompetten, werden intact gelaten en vervoerd naar Rome.
Gevangengenomen Joden werden gedwongen om samen met hun tempelschatten te paraderen door de straten van Rome. De boodschap was duidelijk, het joodse volk was tot in het hart getroffen en dat wat zij als het allerbelangrijkste voor het uitoefenen van hun godsdienst beschouwden was nu in bezit van Rome. Vespasianus liet de schatten in de Tempel van de Vrede plaatsen, samen met belangrijke objecten uit andere onderworpen landen. Iedereen kon een blik op de wereld werpen door middel van een bezoek aan de Tempel van de Vrede. De parade door de stad werd tien jaar later vereeuwigd op de boog van Titus, een monument wat nog steeds in Rome staat.
In 1996 en in 2003 kreeg het Vaticaan van Israëlische ministers het verzoek tot teruggave van de tempelschatten die in de kelders van het Vaticaan zouden liggen. Het Vaticaan ontkent tot op de dag van vandaag dat deze schatten daar zouden liggen en hebben dus niets teruggegeven. Echte harde bewijzen dat het Vaticaan de tempelschatten in bezit heeft zijn er niet. Er bestaan weliswaar middeleeuwse teksten die aangeven dat joodse pelgrims de schatten in het Vaticaan hebben gezien, maar diezelfde teksten bevatten ook beweringen waarvan heel duidelijk is dat ze onjuist zijn. Wellicht is de wens de vader van de gedachte geweest.
Omwille van de religieuze waarde van de tempelschatten zijn er al heel wat onderzoekers bezig geweest met het achterhalen van de locatie van deze schatten. Op een enkeling na die beweert dat de originele schatten in Israël zijn achtergebleven en slechts replica’s naar Rome werden verscheept, wordt aangenomen dat de schatten in Rome hebben gestaan tot de val van het Romeinse Rijk.
In 455 werd Rome geplunderd door de Vandalen die met schepen vol schatten wegvoeren naar hun thuisbasis Carthago. De tempelschatten werden niet omgesmolten, maar opgeslagen in het paleis van koning Genseric. Een mogelijke reden hiervoor was dat de Vandalen christelijk waren en de religieuze waarde van de schatten erkenden. De geloofsstroming van de Vandalen was het arianisme, een vorm die door de officiële kerk als ketterij was bestempeld, eerst tijdens het Concilie van Nicaea (325) en later nog een keer tijdens het Concilie van Constantinopel (381). De Vandalen lieten nagenoeg alle bisschoppen ombrengen of verbannen, hetgeen uiteindelijk leidde tot een aanval op bevel van de Byzantijnse keizer Justinianus.
In 533 voer generaal Belisarius naar Carthago en wist de Vandalen te verslaan. Koning Gelimer, die voorbereid was op problemen, had een schip klaarliggen in de haven van Hippo Regius en had de kapitein opdracht te geven om bij onraad met de schatten naar Spanje te varen. Zware winden dreven het schip echter steeds terug naar de kust en zo kon Belisarius de schatten, waaronder ook de tempelschatten, in handen krijgen en naar Constantinopel afvoeren. De oorlog met de Vandalen is uitgebreid beschreven door de Byzantijnse geschiedschrijver Procopius. Het verhaal van de tempelschatten eindigt met de terugkeer naar Jeruzalem. Keizer Justinianus was er van overtuigd geraakt dat de schat min of meer vervloekt was. Rome was geplunderd, Carthago was geplunderd en Constantinopel kon de volgende stad zijn. De tempelschatten moesten nog in hetzelfde jaar, 533, terug naar Jeruzalem om geen problemen meer te veroorzaken.
In het boek Menora wordt een iets andere geschiedenis aangehouden. Procopius noemt de tempelschatten namelijk niet bij naam, dus is het niet zeker of alle voorwerpen werden afgevoerd door de Vandalen en later overgebracht naar Constantinopel. Auteur David Gibbins laat de menora vanuit de Tempel van de Vrede overbrengen naar Constantinopel juist om uit handen van vijandige troepen te blijven. De menora zou ook niet met de andere tempelschatten zijn teruggegeven aan de kerken in Jeruzalem, maar in de stad gebleven zijn en uiteindelijk door de Varangiaanse Garde, de uit Vikingen bestaande lijfwachten van de Byzantijnse keizers, gestolen zijn en afgevoerd naar Europa.
Eén ding staat vast, tot op heden is de menora nog niet teruggevonden. Is deze rond 1042 uit Constantinopel gestolen door de Vikingen en afgevoerd naar Europa? Of is de menora weggevoerd toen de Perzen in 614 Jerusalem plunderden? De zoektocht gaat verder.
Links
Recensies op Crimezone.nl
Verzoek aan het Vaticaan om tempelschatten terug te geven (Engelstalig)
Arianisme op Wikipedia
De oorlog met de Vandalen op Wikipedia (Engelstalig)
Oorlog met de Vandalen door geschiedschrijver Procopius (Engelstalig)
Verovering van Jerusalem in 614 op Wikipedia (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
Het goud van Herodes - Davis Bunn
De dodelijke zeerol - Lionel Davidson
De tempelcodex – Joel C. Rosenberg
Contract met God - Juan Gomez-Jurado
dinsdag 20 september 2011
De dodelijke zeerol – Lionel Davidson (1966)
Labels:
menora,
Mozes,
Oude Testament,
Tweede tempel
Titel: De dodelijke zeerol
Auteur: Lionel Davidson
Uitgeverij A.W. Bruna (www.awbruna.nl)
Het verhaal
Dr. Laing, een Engelsman die zich heeft gespecialiseerd in de talen van het oude Midden-Oosten, wordt benaderd door een bevriende Israëlische archeoloog. Tijdens opgravingen is een nauwelijks leesbaar document gevonden waarop aanwijzingen staan over verborgen schatten, waarschijnlijk afkomstig uit de Tweede tempel. Dit manuscript is echter niet het enige exemplaar, indertijd werden er meerdere gemaakt om zeker te stellen dat wat verborgen werd ook weer teruggevonden zou kunnen worden. Het vermoeden bestaat dat één van de andere manuscripten in handen is van archeologen uit buurland Jordanië en zou ook de illegale grensoverschrijdingen kunnen verklaren. Als het dr. Laing kan lukken om de juiste vertaling te maken uit het beschadigde manuscript, kunnen de Israëliërs de schat misschien als eerste vinden. Zeker als het om een heilig voorwerp zoals de menora zou gaan, staat er veel op het spel. In handen van de verkeerde partij zou dit heilige voorwerp een directe invloed hebben op de toch al gespannen verhoudingen met de omringende landen. Wie zal als eerste de locatie van de bergplaats kunnen ontcijferen en wat zullen ze aantreffen?
Bijbelse connectie
Het boek De dodelijke zeerol heeft een relatie met de menora die door de Romeinen uit de Tweede Tempel werd meegenomen en als oorlogsbuit naar Rome werd gebracht.
De menora (in de bijbel aangeduid met lampenstandaard) wordt voor het eerst in Exodus genoemd, als Mozes van God uitgebreide instructies krijgt over het inrichten van de tabernakel. Tot in detail wordt de lampenstandaard beschreven; het materiaal moet zuiver goud zijn, uit de schacht moeten zes armen komen en in totaal moeten zeven lampen worden gemaakt.
Koning Salomo liet voor zijn tempel nog tien lampenstandaarden bijmaken, geheel volgens voorgeschreven ontwerp. Bij de verovering van Jeruzalem door de Babylonische koning Nebukadnessar werd de tempel leeggeroofd, inclusief de lampenstandaarden. Het is niet duidelijk of deze lampenstandaards bij het herstel van de tempel ook zijn teruggegeven. Aannemelijk is wel dat er nieuwe gemaakt zijn, aangezien de instructies voor de inrichting van de tempel al reeds in de dagen van Mozes waren aangereikt door God zelf.
In Makkabeeën wordt beschreven hoe Antiochus Epifanes de tempel leegrooft en hoe later weer nieuw tempelgerei, waaronder een lampenstandaard, wordt gemaakt.
In het Nieuwe Testament wordt nergens gesproken over de lampenstandaard en de vernietiging van de Tweede Tempel is van na de datum waarop de bijbelverhalen stoppen. De geschiedschrijving omtrent de gevolgen van de Eerste Joodse Opstand eindigend in de vernietiging van de tempel worden wel tot in detail beschreven door Flavius Josephus.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
Exodus 25: 31-40, ontwerp van de menora.
2 Kronieken 4: 7, extra menora's worden gemaakt
Jeremia 52: 12-19, de tempel wordt leeggeroofd
1 Makkabeeën 1: 16-25, Antiochus Epifanes rooft de tempel leeg
1 Makkabeeën 4: 48-51, de tempel wordt hersteld
Stof tot nadenken
In de tempel in Jeruzalem hebben vanaf het eerste begin één of meerdere lampenstandaards gestaan, gemaakt volgens de instructies die Mozes van God kreeg. Of het exemplaar gemaakt door Mozes daar ook bij hoorde wordt nergens vermeld en lijkt ook niet waarschijnlijk, gezien de vele berovingen van de tempel. Flavius Josephus beschrijft in detail hoe de Eerste Joodse Opstand verliep. Feitelijk was het een oorlog die vier jaar duurde. Het is dan ook niet vreemd dat er theorieën zijn die stellen dat de tempelschatten, of in ieder geval een deel daarvan, in veiligheid zijn gebracht. De vondst van de koperen rol in de grotten bij Qumran lijkt ook in die richting te wijzen. Hierop staan overigens voornamelijk gouden en zilveren schatten vernoemd, de meer bijzondere voorwerpen zoals de lampenstandaard of de Ark des Verbonds worden er niet op genoemd.
In zijn boek De Joodse oorlog (boek VI, hfdst 8) schrijft Flavius Josephus dat een tempelpriester van de Romeinse keizer de belofte had gekregen dat zijn leven gespaard zou blijven als hij in ruil daarvoor een aantal van de tempelschatten zou afstaan. Over de muur van de tempel reikte hij de Romeinen kandelaars (lampenstandaarden), tafels, mengvaten, voorhangen en gewaden van de priesters aan. De Romeinen namen dit uiteindelijk mee naar Rome, waar de schatten in een triomftocht door Rome werden gevoerd, ter ere van keizer Vespasianus en zijn zoon Titus. Na de dood van zowel Vespasianus en Titus, liet Domitianus in Rome de Boog van Titus bouwen, als eerbetoon aan zijn broer. Op die boog is een deel van de triomftocht met de buitgemaakt joodse schatten afgebeeld.
Aan de geschiedkundige waarheid van de plundering en vernieling van de tempel wordt niet getwijfeld, evenmin als aan de triomftocht door Rome. Met een afbeelding van de menora op de Boog van Titus lijkt het onbegrijpelijk dat je een geloofwaardig boek kunt schrijven over de zoektocht naar de lampenstandaard die Israël niet zou hebben verlaten, maar verstopt zou zijn. Speculaties over het uit handen van de Romeinen redden van de lampenstandaard zijn gebaseerd op de vorm van dit voorwerp. Ons staat het beeld voor ogen van een kandelaar met één rechte schacht en zes gebogen armen, precies zoals afgebeeld op de Boog van Titus. Volgens een aantal deskundigen is dat echter niet de vorm van de echte lampenstandaard en heeft Rome dus een afwijkende replica meegekregen.
Hoe zag de lampenstandaard er dan werkelijk uit? Lange tijd was de afbeelding op de Boog van Titus de oudst bekende afbeelding. De Boog van Titus was deels een kunstwerk, dus de beeldhouwer had de ruimte om de voorwerpen minder accuraat af te beelden als dat beter zou uitkomen. Belangrijke documenten die worden aangehaald voor een andere vorm zijn beschrijvingen van rabbi Maimonides (12e eeuw), waarin hij ingaat op de vorm van de menora. De armen zouden niet gebogen zijn, maar recht lopen. Ook de voet zou heel anders zijn op de Boog; veel eenvoudiger, niet meer dan een driehoekige standaard. Waar Maimonides zich op heeft gebaseerd is niet duidelijk en blijft onderwerp van discussie. Archeologisch onderzoek heeft inmiddels meerdere afbeeldingen opgeleverd, waarvan een aantal uit de tijd dat de Tempel nog in functie was. Ondanks dat de tekenaars de echte vorm met eigen ogen hebben kunnen aanschouwen, zijn hier toch ook weer de nodige variaties aangetroffen. Het blijft dus vooralsnog gissen naar de vorm van de lampenstandaard. Ondanks de uitgebreide beschrijving in Exodus, staat ook daar het antwoord niet in. Flavius Josephus laat in ieder geval ruimte voor het verbergen van de ware lampenstandaard, want de Romeinen hadden de tempelschatten niet zelf uit de tempel gehaald. Integendeel, een priester overhandigt twee kandelaars, net zulke als er in de Tempel staan. Waarom schreef hij ‘net zulke’ kandelaars en niet gewoon de kandelaars uit de Tempel? Dus wie weet wat archeologen nog zullen vinden op Israëlische bodem.
Links
De Eerste Joodse Opstand op Wikipedia (Engelstalig)
De Boog van Titus op Wikipedia
De menora op Wikipedia
De menora op Wikipedia (Engelstalig, uitgebreider)
De vorm van de menora (pdf)
Boeken met verwant thema
Het goud van Herodes - Davis Bunn
Contract met God - Juan Gomez-Jurado
Menora – David Gibbins
De tempelcodex – Joel C. Rosenberg
Auteur: Lionel Davidson
Uitgeverij A.W. Bruna (www.awbruna.nl)
Het verhaal
Dr. Laing, een Engelsman die zich heeft gespecialiseerd in de talen van het oude Midden-Oosten, wordt benaderd door een bevriende Israëlische archeoloog. Tijdens opgravingen is een nauwelijks leesbaar document gevonden waarop aanwijzingen staan over verborgen schatten, waarschijnlijk afkomstig uit de Tweede tempel. Dit manuscript is echter niet het enige exemplaar, indertijd werden er meerdere gemaakt om zeker te stellen dat wat verborgen werd ook weer teruggevonden zou kunnen worden. Het vermoeden bestaat dat één van de andere manuscripten in handen is van archeologen uit buurland Jordanië en zou ook de illegale grensoverschrijdingen kunnen verklaren. Als het dr. Laing kan lukken om de juiste vertaling te maken uit het beschadigde manuscript, kunnen de Israëliërs de schat misschien als eerste vinden. Zeker als het om een heilig voorwerp zoals de menora zou gaan, staat er veel op het spel. In handen van de verkeerde partij zou dit heilige voorwerp een directe invloed hebben op de toch al gespannen verhoudingen met de omringende landen. Wie zal als eerste de locatie van de bergplaats kunnen ontcijferen en wat zullen ze aantreffen?
Bijbelse connectie
Het boek De dodelijke zeerol heeft een relatie met de menora die door de Romeinen uit de Tweede Tempel werd meegenomen en als oorlogsbuit naar Rome werd gebracht.
De menora (in de bijbel aangeduid met lampenstandaard) wordt voor het eerst in Exodus genoemd, als Mozes van God uitgebreide instructies krijgt over het inrichten van de tabernakel. Tot in detail wordt de lampenstandaard beschreven; het materiaal moet zuiver goud zijn, uit de schacht moeten zes armen komen en in totaal moeten zeven lampen worden gemaakt.
Koning Salomo liet voor zijn tempel nog tien lampenstandaarden bijmaken, geheel volgens voorgeschreven ontwerp. Bij de verovering van Jeruzalem door de Babylonische koning Nebukadnessar werd de tempel leeggeroofd, inclusief de lampenstandaarden. Het is niet duidelijk of deze lampenstandaards bij het herstel van de tempel ook zijn teruggegeven. Aannemelijk is wel dat er nieuwe gemaakt zijn, aangezien de instructies voor de inrichting van de tempel al reeds in de dagen van Mozes waren aangereikt door God zelf.
In Makkabeeën wordt beschreven hoe Antiochus Epifanes de tempel leegrooft en hoe later weer nieuw tempelgerei, waaronder een lampenstandaard, wordt gemaakt.
In het Nieuwe Testament wordt nergens gesproken over de lampenstandaard en de vernietiging van de Tweede Tempel is van na de datum waarop de bijbelverhalen stoppen. De geschiedschrijving omtrent de gevolgen van de Eerste Joodse Opstand eindigend in de vernietiging van de tempel worden wel tot in detail beschreven door Flavius Josephus.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
Exodus 25: 31-40, ontwerp van de menora.
2 Kronieken 4: 7, extra menora's worden gemaakt
Jeremia 52: 12-19, de tempel wordt leeggeroofd
1 Makkabeeën 1: 16-25, Antiochus Epifanes rooft de tempel leeg
1 Makkabeeën 4: 48-51, de tempel wordt hersteld
Stof tot nadenken
In de tempel in Jeruzalem hebben vanaf het eerste begin één of meerdere lampenstandaards gestaan, gemaakt volgens de instructies die Mozes van God kreeg. Of het exemplaar gemaakt door Mozes daar ook bij hoorde wordt nergens vermeld en lijkt ook niet waarschijnlijk, gezien de vele berovingen van de tempel. Flavius Josephus beschrijft in detail hoe de Eerste Joodse Opstand verliep. Feitelijk was het een oorlog die vier jaar duurde. Het is dan ook niet vreemd dat er theorieën zijn die stellen dat de tempelschatten, of in ieder geval een deel daarvan, in veiligheid zijn gebracht. De vondst van de koperen rol in de grotten bij Qumran lijkt ook in die richting te wijzen. Hierop staan overigens voornamelijk gouden en zilveren schatten vernoemd, de meer bijzondere voorwerpen zoals de lampenstandaard of de Ark des Verbonds worden er niet op genoemd.
In zijn boek De Joodse oorlog (boek VI, hfdst 8) schrijft Flavius Josephus dat een tempelpriester van de Romeinse keizer de belofte had gekregen dat zijn leven gespaard zou blijven als hij in ruil daarvoor een aantal van de tempelschatten zou afstaan. Over de muur van de tempel reikte hij de Romeinen kandelaars (lampenstandaarden), tafels, mengvaten, voorhangen en gewaden van de priesters aan. De Romeinen namen dit uiteindelijk mee naar Rome, waar de schatten in een triomftocht door Rome werden gevoerd, ter ere van keizer Vespasianus en zijn zoon Titus. Na de dood van zowel Vespasianus en Titus, liet Domitianus in Rome de Boog van Titus bouwen, als eerbetoon aan zijn broer. Op die boog is een deel van de triomftocht met de buitgemaakt joodse schatten afgebeeld.
Aan de geschiedkundige waarheid van de plundering en vernieling van de tempel wordt niet getwijfeld, evenmin als aan de triomftocht door Rome. Met een afbeelding van de menora op de Boog van Titus lijkt het onbegrijpelijk dat je een geloofwaardig boek kunt schrijven over de zoektocht naar de lampenstandaard die Israël niet zou hebben verlaten, maar verstopt zou zijn. Speculaties over het uit handen van de Romeinen redden van de lampenstandaard zijn gebaseerd op de vorm van dit voorwerp. Ons staat het beeld voor ogen van een kandelaar met één rechte schacht en zes gebogen armen, precies zoals afgebeeld op de Boog van Titus. Volgens een aantal deskundigen is dat echter niet de vorm van de echte lampenstandaard en heeft Rome dus een afwijkende replica meegekregen.
Hoe zag de lampenstandaard er dan werkelijk uit? Lange tijd was de afbeelding op de Boog van Titus de oudst bekende afbeelding. De Boog van Titus was deels een kunstwerk, dus de beeldhouwer had de ruimte om de voorwerpen minder accuraat af te beelden als dat beter zou uitkomen. Belangrijke documenten die worden aangehaald voor een andere vorm zijn beschrijvingen van rabbi Maimonides (12e eeuw), waarin hij ingaat op de vorm van de menora. De armen zouden niet gebogen zijn, maar recht lopen. Ook de voet zou heel anders zijn op de Boog; veel eenvoudiger, niet meer dan een driehoekige standaard. Waar Maimonides zich op heeft gebaseerd is niet duidelijk en blijft onderwerp van discussie. Archeologisch onderzoek heeft inmiddels meerdere afbeeldingen opgeleverd, waarvan een aantal uit de tijd dat de Tempel nog in functie was. Ondanks dat de tekenaars de echte vorm met eigen ogen hebben kunnen aanschouwen, zijn hier toch ook weer de nodige variaties aangetroffen. Het blijft dus vooralsnog gissen naar de vorm van de lampenstandaard. Ondanks de uitgebreide beschrijving in Exodus, staat ook daar het antwoord niet in. Flavius Josephus laat in ieder geval ruimte voor het verbergen van de ware lampenstandaard, want de Romeinen hadden de tempelschatten niet zelf uit de tempel gehaald. Integendeel, een priester overhandigt twee kandelaars, net zulke als er in de Tempel staan. Waarom schreef hij ‘net zulke’ kandelaars en niet gewoon de kandelaars uit de Tempel? Dus wie weet wat archeologen nog zullen vinden op Israëlische bodem.
Links
De Eerste Joodse Opstand op Wikipedia (Engelstalig)
De Boog van Titus op Wikipedia
De menora op Wikipedia
De menora op Wikipedia (Engelstalig, uitgebreider)
De vorm van de menora (pdf)
Boeken met verwant thema
Het goud van Herodes - Davis Bunn
Contract met God - Juan Gomez-Jurado
Menora – David Gibbins
De tempelcodex – Joel C. Rosenberg
maandag 27 juni 2011
Het goud van Herodes – Davis Bunn (2009)
Labels:
Nieuwe Testament,
Oude Testament,
Tweede tempel
Titel: Het goud van Herodes
Auteur: Davis Bunn
Uitgeverij Kok (www.kok.nl)
Het verhaal
Net voor Sean Syrell, handelaar in oude kunstschatten, wordt vermoord, neemt hij de nodige maatregelen om zijn laatste ontdekking niet mee het graf in te nemen. Harry Bennett, schatjager van beroep en een voormalig compagnon, krijgt aanwijzingen die hem moeten helpen een enorme schat te vinden. Bennett moet niet alleen de sporen volgen, hij heeft ook de opdracht om kleindochter Storm Syrell te beschermen. De moordenaars van grootvader Syrell zitten namelijk ook achter de schat aan. Extra hulp is er ook vanuit de FBI en Interpol, vertegenwoordigd door Emma Webb. Gezamenlijk moeten ze de aanwijzingen voor het vinden van de schat ontrafelen en tegelijkertijd het vege lijf redden want de kogels vliegen hen om de oren. De schat waar iedereen naar op zoek is is dan ook niet de minste; het gaat om het goud uit de Tweede Tempel. Hoewel de Romeinen de tempel leeg hadden geroofd en de schatten mee hadden genomen naar Rome, zijn er altijd aanwijzingen geweest dat de priesters een deel van het goud tijdig in veiligheid hebben kunnen brengen. Sindsdien was deze schat spoorloos. Zou het drietal kunnen slagen in het vinden van het goud waar al eeuwenlang door schatjagers naar gezocht wordt en tegelijkertijd hun belagers te slim af te zijn?
Bijbelse connectie
Het boek Het goud van Herodes heeft een relatie met de schatten van de joodse tempel. De vernietiging van de tempel in 70 n.Chr. wordt niet in de bijbel genoemd, daar deze niet verder gaat dan enkele jaren na de dood van Christus. Ook de joodse opstand die de ondergang van de tempel inluidde wordt er niet vermeld. Wat wel terug te vinden is zijn de enorme rijkdommen waar de tempel over beschikte. De vernietiging en leegroof van de tempel bracht de Romeinen twee voordelen; ten eerste was het joodse verzet gebroken en ten tweede kon met de schatten uit de tempel het leger gefinancierd worden.
De rijkdom begint al bij het vertrek van Mozes uit Egypte. In Exodus staat geschreven dat de vrouwen goud, zilver en kleding van de Egyptenaren zouden meenemen. Dat het om een aanzienlijke hoeveelheid goud ging, blijkt wat verderop in het verhaal als het volk een groot gouden kalf maakt van de sieraden. Mozes ontvangt van God aanwijzingen voor het bouwen van de tabernakel en de Ark des Verbonds. Ook hier wordt veel goud, zilver en brons bij gebruikt. Uiteindelijk belanden al deze rijkdommen in de door koning Salomo gebouwde Eerste Tempel.
Vervolgens ging het op en af met de rijkdom van de tempel. De tempel werd leeggeroofd door de Egyptenaren en de eigen koningen deden soms ook een greep in de tempelkas om zo bondgenoten tevreden te stellen. Uiteindelijk werd de eerste tempel leeggeroofd en vernield door de Babylonische koning Nebukadnessar en het joodse volk in ballingschap afgevoerd. Nadat de Babyloniërs door de Perzen waren overwonnen, kreeg het volk toestemming om terug te keren en een nieuwe tempel te bouwen. Deze Tweede Tempel werd voor zover mogelijk voorzien van de geroofde schatten. Hierna groeide de tempelschat weer, voornamelijk vanwege de verplichte belastingen die betaald moesten worden. Koning Herodes vergrootte de tempel. Het was deze tempel waarvan Jezus voorspelde dat er geen steen op elkaar zou blijven staan. De Romeinen deden de voorspelling uitkomen in 70 na Christus.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
Exodus 3:21-23, de Israëlieten vertrekken niet met lege handen
Exodus 32:2-4, het gouden kalf wordt gemaakt
Exodus 38:21-31, opsomming van het materiaal voor de tabernakel
1 Koningen 7: 13-51, beschrijving van materialen voor de tempel
2 Kronieken 12: 9, de Egyptische farao Shishak rooft de tempel leeg
2 Kronieken 36:18-20, de eerste tempel wordt leeggeroofd en vernield
Ezra 6: 5, de geroofde tempelschatten worden teruggegeven
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Matteüs 24:1-2, voorspelling van de vernietiging van de tempel
Stof tot nadenken
In 1947 ontdekten bedoeïen in de grotten van Qumran bij de Dode Zee een aantal vaten met manuscripten. Het duurde even voor de juiste mensen van deze ontdekking hoorden, maar toen dat eenmaal het geval was, werd een grootscheeps onderzoek naar de grotten ingesteld. Binnen enkele jaren tijd waren zo'n 850 manuscripten gevonden, veelal bijbelteksten, maar ook bijbeluitleg en leefregels. Alle gevonden rollen waren van leer of papyrus, beschreven met inkt, op één uitzondering na. Die ene uitzondering betrof een rol van koper en tot op de dag van vandaag is het mysterie ervan nog niet ontrafeld.
De rol werd in 1952 gevonden achter in grot nummer 3. In eerste instantie durfde men ze niet uit te rollen, het koper zou spontaan uit elkaar vallen vanwege de slechte staat. Het duurde tot 1955 voordat een oplossing voor dit probleem was gevonden. Uiteindelijk werd de rol in stroken gezaagd en konden de stukken platgelegd worden. Vervolgens duurde het nog tot 1960 alvorens de eerste vertaling werd gepubliceerd.
Terwijl alle andere rollen een duidelijke relatie hadden met de bijbel, bijbeluitleg en leefregels van een godsdienstige groepering, had de tekst op de koperen rol niets met dit alles van doen. Waar het dan wel over gaat is nog steeds onderwerp van speculatie. Op het eerste gezicht lijkt de koperen rol een opsomming te bevatten van ruim 60 schatten; goud, zilver en voorwerpen voor een tempeldienst. De eerste zin op de rol verwijst naar een koffer met geld, die te vinden zou zijn in de ruïne in het dal van Achor, onder de treden die naar het oosten leiden. Alle overige beschrijvingen zijn ook op deze manier opgebouwd, een locatie wordt genoemd met details waar te zoeken of waar te graven. Zo zou je drie ellen diep moeten graven tussen de twee tamarisken in de vlakte van Akon, waarna je twee potten vol zilvergeld zou vinden.
Schattingen van de ouderdom van de rol lopen uiteen, van ergens voor Christus tot 68 na Christus. Die laatste datum ligt erg dichtbij de vernietiging van de tempel van Herodes en het is een populaire theorie dat de rol aanwijzingen bevat over in veiligheid gebrachte schatten uit deze tempel. In 70 n.Chr. werd de tempel in Jeruzalem door de Romeinen met de grond gelijk gemaakt, als sluitstuk van het neerslaan van de eerste joodse revolutie. Die revolutie was al begonnen in 66 n.Chr. dus het eind kwam niet uit de lucht vallen. Is het dan niet logisch om te veronderstellen dat de priesters van de tempel hun maatregelen hadden genomen? Natuurlijk konden ze niet alle schatten weghalen, als een bekend voorwerp als de menora er niet meer bleek te zijn, zouden de Romeinen ook weten dat er wat ontbrak. Omdat alleen de priesters wisten hoeveel goud en zilver er werkelijk aanwezig was in de tempel, konden ze gemakkelijk een deel in veiligheid brengen zonder argwaan te wekken.
Hoewel deze theorie aannemelijk lijkt, roept het ook weer vragen op. Als je kijkt naar de beschrijving van de vindplaatsen, dan lijken het geen al te moeilijke plaatsen. Het lijkt toch een kwestie van tijd voor een toevallige passant de zeventien talenten vindt die verborgen zijn in het waterbekken van de toiletten van Siloam, onder de waterafvoer. De bergplaatsen lezen alsof ze maar voor zeer korte duur gebruikt zouden worden. Waarom de beschrijving dan op duurzaam en duur koper is gebeiteld is onbegrijpelijk, omdat dit suggereert dat de rol de tand des tijds moest kunnen weerstaan en de schatten wel eens langere tijd begraven moesten blijven.
De slotzin op de koperen rollen geeft aan dat er nog een tweede rol is, een kopie van dit geschrift met de verklaring daarvan, hun maten en een inventaris van alles. Tot op heden is die tweede rol nog niet gevonden. Wat ook nog niet begrepen wordt tot op heden zijn de Griekse hoofdletters die in het verder in het Hebreeuws geschreven document voorkomen. Is het een code die verklaard zal worden op de tweede rol en waarmee de schatten gevonden kunnen worden? Het mag duidelijk zijn dat zolang het mysterie niet is opgelost er voor thrillerschrijvers nog genoeg te bedenken is.
Links
Recensies op Crimezone.nl
De Tweede tempel op Wikipedia (Engelstalig)
De schatten van de tempel (Engelstalig)
De koperen rol op Wikipedia (Engelstalig)
Analyse van de tekst op de rol (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
De dodelijke zeerol - Lionel Davidson
Menora – David Gibbins
De tempelcodex – Joel C. Rosenberg
Contract met God - Juan Gomez-Jurado
Auteur: Davis Bunn
Uitgeverij Kok (www.kok.nl)
Het verhaal
Net voor Sean Syrell, handelaar in oude kunstschatten, wordt vermoord, neemt hij de nodige maatregelen om zijn laatste ontdekking niet mee het graf in te nemen. Harry Bennett, schatjager van beroep en een voormalig compagnon, krijgt aanwijzingen die hem moeten helpen een enorme schat te vinden. Bennett moet niet alleen de sporen volgen, hij heeft ook de opdracht om kleindochter Storm Syrell te beschermen. De moordenaars van grootvader Syrell zitten namelijk ook achter de schat aan. Extra hulp is er ook vanuit de FBI en Interpol, vertegenwoordigd door Emma Webb. Gezamenlijk moeten ze de aanwijzingen voor het vinden van de schat ontrafelen en tegelijkertijd het vege lijf redden want de kogels vliegen hen om de oren. De schat waar iedereen naar op zoek is is dan ook niet de minste; het gaat om het goud uit de Tweede Tempel. Hoewel de Romeinen de tempel leeg hadden geroofd en de schatten mee hadden genomen naar Rome, zijn er altijd aanwijzingen geweest dat de priesters een deel van het goud tijdig in veiligheid hebben kunnen brengen. Sindsdien was deze schat spoorloos. Zou het drietal kunnen slagen in het vinden van het goud waar al eeuwenlang door schatjagers naar gezocht wordt en tegelijkertijd hun belagers te slim af te zijn?
Bijbelse connectie
Het boek Het goud van Herodes heeft een relatie met de schatten van de joodse tempel. De vernietiging van de tempel in 70 n.Chr. wordt niet in de bijbel genoemd, daar deze niet verder gaat dan enkele jaren na de dood van Christus. Ook de joodse opstand die de ondergang van de tempel inluidde wordt er niet vermeld. Wat wel terug te vinden is zijn de enorme rijkdommen waar de tempel over beschikte. De vernietiging en leegroof van de tempel bracht de Romeinen twee voordelen; ten eerste was het joodse verzet gebroken en ten tweede kon met de schatten uit de tempel het leger gefinancierd worden.
De rijkdom begint al bij het vertrek van Mozes uit Egypte. In Exodus staat geschreven dat de vrouwen goud, zilver en kleding van de Egyptenaren zouden meenemen. Dat het om een aanzienlijke hoeveelheid goud ging, blijkt wat verderop in het verhaal als het volk een groot gouden kalf maakt van de sieraden. Mozes ontvangt van God aanwijzingen voor het bouwen van de tabernakel en de Ark des Verbonds. Ook hier wordt veel goud, zilver en brons bij gebruikt. Uiteindelijk belanden al deze rijkdommen in de door koning Salomo gebouwde Eerste Tempel.
Vervolgens ging het op en af met de rijkdom van de tempel. De tempel werd leeggeroofd door de Egyptenaren en de eigen koningen deden soms ook een greep in de tempelkas om zo bondgenoten tevreden te stellen. Uiteindelijk werd de eerste tempel leeggeroofd en vernield door de Babylonische koning Nebukadnessar en het joodse volk in ballingschap afgevoerd. Nadat de Babyloniërs door de Perzen waren overwonnen, kreeg het volk toestemming om terug te keren en een nieuwe tempel te bouwen. Deze Tweede Tempel werd voor zover mogelijk voorzien van de geroofde schatten. Hierna groeide de tempelschat weer, voornamelijk vanwege de verplichte belastingen die betaald moesten worden. Koning Herodes vergrootte de tempel. Het was deze tempel waarvan Jezus voorspelde dat er geen steen op elkaar zou blijven staan. De Romeinen deden de voorspelling uitkomen in 70 na Christus.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
Exodus 3:21-23, de Israëlieten vertrekken niet met lege handen
Exodus 32:2-4, het gouden kalf wordt gemaakt
Exodus 38:21-31, opsomming van het materiaal voor de tabernakel
1 Koningen 7: 13-51, beschrijving van materialen voor de tempel
2 Kronieken 12: 9, de Egyptische farao Shishak rooft de tempel leeg
2 Kronieken 36:18-20, de eerste tempel wordt leeggeroofd en vernield
Ezra 6: 5, de geroofde tempelschatten worden teruggegeven
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Matteüs 24:1-2, voorspelling van de vernietiging van de tempel
Stof tot nadenken
In 1947 ontdekten bedoeïen in de grotten van Qumran bij de Dode Zee een aantal vaten met manuscripten. Het duurde even voor de juiste mensen van deze ontdekking hoorden, maar toen dat eenmaal het geval was, werd een grootscheeps onderzoek naar de grotten ingesteld. Binnen enkele jaren tijd waren zo'n 850 manuscripten gevonden, veelal bijbelteksten, maar ook bijbeluitleg en leefregels. Alle gevonden rollen waren van leer of papyrus, beschreven met inkt, op één uitzondering na. Die ene uitzondering betrof een rol van koper en tot op de dag van vandaag is het mysterie ervan nog niet ontrafeld.
De rol werd in 1952 gevonden achter in grot nummer 3. In eerste instantie durfde men ze niet uit te rollen, het koper zou spontaan uit elkaar vallen vanwege de slechte staat. Het duurde tot 1955 voordat een oplossing voor dit probleem was gevonden. Uiteindelijk werd de rol in stroken gezaagd en konden de stukken platgelegd worden. Vervolgens duurde het nog tot 1960 alvorens de eerste vertaling werd gepubliceerd.
Terwijl alle andere rollen een duidelijke relatie hadden met de bijbel, bijbeluitleg en leefregels van een godsdienstige groepering, had de tekst op de koperen rol niets met dit alles van doen. Waar het dan wel over gaat is nog steeds onderwerp van speculatie. Op het eerste gezicht lijkt de koperen rol een opsomming te bevatten van ruim 60 schatten; goud, zilver en voorwerpen voor een tempeldienst. De eerste zin op de rol verwijst naar een koffer met geld, die te vinden zou zijn in de ruïne in het dal van Achor, onder de treden die naar het oosten leiden. Alle overige beschrijvingen zijn ook op deze manier opgebouwd, een locatie wordt genoemd met details waar te zoeken of waar te graven. Zo zou je drie ellen diep moeten graven tussen de twee tamarisken in de vlakte van Akon, waarna je twee potten vol zilvergeld zou vinden.
Schattingen van de ouderdom van de rol lopen uiteen, van ergens voor Christus tot 68 na Christus. Die laatste datum ligt erg dichtbij de vernietiging van de tempel van Herodes en het is een populaire theorie dat de rol aanwijzingen bevat over in veiligheid gebrachte schatten uit deze tempel. In 70 n.Chr. werd de tempel in Jeruzalem door de Romeinen met de grond gelijk gemaakt, als sluitstuk van het neerslaan van de eerste joodse revolutie. Die revolutie was al begonnen in 66 n.Chr. dus het eind kwam niet uit de lucht vallen. Is het dan niet logisch om te veronderstellen dat de priesters van de tempel hun maatregelen hadden genomen? Natuurlijk konden ze niet alle schatten weghalen, als een bekend voorwerp als de menora er niet meer bleek te zijn, zouden de Romeinen ook weten dat er wat ontbrak. Omdat alleen de priesters wisten hoeveel goud en zilver er werkelijk aanwezig was in de tempel, konden ze gemakkelijk een deel in veiligheid brengen zonder argwaan te wekken.
Hoewel deze theorie aannemelijk lijkt, roept het ook weer vragen op. Als je kijkt naar de beschrijving van de vindplaatsen, dan lijken het geen al te moeilijke plaatsen. Het lijkt toch een kwestie van tijd voor een toevallige passant de zeventien talenten vindt die verborgen zijn in het waterbekken van de toiletten van Siloam, onder de waterafvoer. De bergplaatsen lezen alsof ze maar voor zeer korte duur gebruikt zouden worden. Waarom de beschrijving dan op duurzaam en duur koper is gebeiteld is onbegrijpelijk, omdat dit suggereert dat de rol de tand des tijds moest kunnen weerstaan en de schatten wel eens langere tijd begraven moesten blijven.
De slotzin op de koperen rollen geeft aan dat er nog een tweede rol is, een kopie van dit geschrift met de verklaring daarvan, hun maten en een inventaris van alles. Tot op heden is die tweede rol nog niet gevonden. Wat ook nog niet begrepen wordt tot op heden zijn de Griekse hoofdletters die in het verder in het Hebreeuws geschreven document voorkomen. Is het een code die verklaard zal worden op de tweede rol en waarmee de schatten gevonden kunnen worden? Het mag duidelijk zijn dat zolang het mysterie niet is opgelost er voor thrillerschrijvers nog genoeg te bedenken is.
Links
Recensies op Crimezone.nl
De Tweede tempel op Wikipedia (Engelstalig)
De schatten van de tempel (Engelstalig)
De koperen rol op Wikipedia (Engelstalig)
Analyse van de tekst op de rol (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
De dodelijke zeerol - Lionel Davidson
Menora – David Gibbins
De tempelcodex – Joel C. Rosenberg
Contract met God - Juan Gomez-Jurado
donderdag 26 mei 2011
Het Koptische geheim - Gregg Loomis (2009)
Labels:
Nieuwe Testament,
Petrus
Titel: Het Koptische geheim
Auteur: Gregg Loomis
Uitgeverij Karakter (www.karakteruitgevers.nl)
Het verhaal
Lang Reilly, advocaat en avonturier, is aanwezig bij het persevenement van het British Museum met betrekking tot een onlangs verkregen manuscript uit de Nag Hammadi bibliotheek. Een kennis van Reilly had dit Evangelie van Jacobus kunnen kopen en het vervolgens geschonken aan het museum. De persavond wordt ruw verstoord door gemaskerde mannen die een bewaker doden, het manuscript pakken en de kennis van Reilly als gijzelaar meenemen. De volgende dag wordt de man dood gevonden, waarbij een duidelijke verwijzing naar de martelaarsdood van een heilige wordt achtergelaten.
Reilly weet via via te achterhalen welke handelaar in oude geschriften bij de verkoop betrokken was. Hij is echter niet de enige die sporen volgt, want nog voor hij een tweede gesprek kan hebben is de handelaar al vermoord. Ook Reilly zelf is het doelwit geworden van aanslagen. Kennelijk moet iedereen die ook maar iets weet van het manuscript van de aardbodem verdwijnen. Reilly lijkt de sleutel tot het geheim in handen te hebben in de vorm van een kopie van het manuscript. Zijn enige probleem is dat hij geen Koptisch kan lezen en hij op zoek moet gaan naar iemand die dat wel kan. Haast is geboden want de lijken om hem heen stapelen zich op en de aanslagen op hem en zijn naaste familie worden steeds dramatischer. Wat staat er in het Evangelie van Jacobus wat na bijna tweeduizend jaar kost wat kost geheim gehouden moet worden?
Bijbelse connectie
Het boek Het Koptische geheim heeft een relatie met de apostel Petrus en met Jakobus, de broer van Jezus. Beiden hebben een belangrijke rol gespeeld in de vorming van de eerste christengemeenschappen en uiteindelijk de kerk.
In Matteüs lezen we hoe Simon (later Petrus genoemd) en zijn broer Andreas aan het vissen zijn in het meer van Galilea. Jezus nodigt hen uit om vissers van mensen te worden. Ze geven terstond gehoor aan zijn verzoek en worden zijn volgelingen. Petrus gelooft met hart en ziel in Jezus als de messias en hij wordt hiervoor beloont met de uitspraak dat hij de rots is waarop de kerk gebouwd zal worden. Na de opstanding uit de dood verscheen Jezus diverse malen aan zijn discipelen. Eén van deze keren was bij het meer van Galilea. Jezus vraagt Petrus tot drie keer toe of hij Hem liefheeft en Petrus bevestigd dit steeds weer. Daarop geeft Jezus hem steeds de opdracht om Zijn schapen te hoeden, oftewel de zorg voor de gelovigen op zich te nemen. Petrus reisde daarna rond om het geloof te verkondigen. Ook schreef hij brieven aan de nieuwe gemeenschappen. Zijn eerste brief zou zijn geschreven toen hij in Rome was (door hem Babylon genoemd). De apocriefe Handelingen van Petrus spelen zich voor een groot deel af in Rome, waar Petrus strijdt met Simon de Tovenaar, waar hij het geloof verkondigt en uiteindelijk aan het kruis sterft en ter plaatse begraven wordt.
Jakobus, de broer van Jezus, speelde een belangrijke rol in de eerste christelijke gemeenschap. Terwijl Petrus rond trok, bleef Jakobus in Jeruzalem. Paulus omschrijft hem als een steunpilaar voor de kerk. Steeds als rondreizende apostelen terugkeerden naar Jeruzalem, verbleven ze bij Jakobus. Petrus en Jakobus hadden contact met elkaar over het geloof zo staat te lezen in de apocriefe Brief van Petrus aan Jakobus.
Dat Petrus en Jakobus een belangrijke plaats innamen in de eerste christelijke gemeentes wordt duidelijk uit het apocriefe Geheime boek van Jakobus. De opgestane Jezus verschijnt aan de apostelen, maar wil alleen met Petrus en Jakobus spreken omdat zijn Hem zullen begrijpen als hij het geloof in God uitlegt.
Petrus en Jakobus hadden wel een meningsverschil met betrekking tot de praktische invulling van het geloof. Jakobus hield vast aan de joodse gebruiken, terwijl Petrus er geen probleem mee had om deze los te laten om zo ook niet-joden tot het christendom te kunnen bekeren. De schrijver van het Koptische geheim leunt op deze meningsverschillen als hij de ontdekking van de ontbrekende delen van het Geheime boek van Jakobus invult.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Matteüs 4:18-20, Petrus wordt volgeling van Jezus
Matteüs 16:13-19, Petrus is de rots waar de kerk op gebouwd zal worden
Johannes 21:1-19, Petrus wordt aangewezen om de gelovigen te hoeden
1 Petrus 5:12-14, brief van Petrus vanuit Rome
Galaten 2:9, Jakobus wordt een steunpilaar van de gemeente genoemd
Apocriefen
Handelingen van Petrus
Brief van Petrus aan Jakobus
Geheime boek van Jakobus (ook wel Brief van Jakobus genoemd)
Stof tot nadenken
In reli-thrillers wordt regelmatig teruggegrepen op de positie van de paus als plaatsvervanger van Jezus Christus op aarde en het ontstaan van deze titel. Aan de basis ligt de teksten in Matteüs (16:18-19), waar Petrus wordt aangeduid als rots waar de kerk op gebouwd zal worden en zelfs de sleutels van het koninkrijk ontvangt. De tekst uit Johannes (21:15-19) waarin Petrus wordt opgedragen om de schapen (de gelovigen) te hoeden wordt als bevestiging daarvan gezien.
De meningen zijn echter verdeeld over de vertaling van Petrus als rots waarop de gemeente gebouwd is. De vertaling en daarmee de betekenis is afhankelijk van welke bijbel je neemt. De Nieuwe Bijbel Vertaling zegt: En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen. De Statenvertaling (1637) zegt: Ende ick segge u oock, dat ghy zijt Petrus, ende op dese Petra sal ick mijn gemeynte bouwen. Beide vertalingen laten goed zien waar de discussie om draait, namelijk het gebruik van het woord voor rots. Ook van belang in de discussie is in welke taal het evangelie oorspronkelijk geschreven was; het Aramees bijvoorbeeld kent slechts één woord voor rotsachtige dingen, terwijl sommige Griekse varianten de woorden petros en petra kennen. Petros zou kiezel kunnen betekenen, Petra is een echte solide rots. Al met al is het niet eenduidig of de gemeente op Petrus gebouwd werd. Rooms-katholieken zijn er van overtuigd dat dit wel het geval is, andere geloofsstromingen zijn geneigd om het rotsvaste geloof van Petrus te zien als basis voor de gemeente of om Jezus Christus zelf te zien als de rots om op te bouwen. Voor iedere mening is wel een tekst elders in de bijbel aan te halen om dit te onderbouwen.
In Matteüs 16:19 staat: Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn. Volgens de rooms-katholieke leer betekent dit dat Petrus als plaatsvervanger op aarde is aangewezen. Tegenstanders van deze interpretatie wijzen op Matteüs 18:18, waar Jezus hetzelfde zegt, alleen dan tegen een hele groep leerlingen.
Erkennen dat Petrus een bijzondere opdracht van Jezus had gekregen is één ding, de pauselijke macht is een heel ander ding. De volledige titulatuur van de paus luidt: plaatsbekleder van Jezus Christus, opvolger van Petrus, opperherder van de universele Kerk, Patriarch van het Westen, Primaat van Italië, Aartsbisschop en Metropoliet van de Romeinse Kerkprovincie, Bisschop van Rome en soeverein van de staat Vaticaanstad. De stelling is dat Petrus de kerk in Rome heeft gesticht en dat dit ook de start was van de wereldkerk. Dat niet alleen, Petrus heeft zelf zijn opvolger aangewezen en aan deze persoon zijn opdracht en volmacht doorgegeven. De paus is hiermee het hoofd van de kerk en de vertegenwoordiger van Jezus op aarde. Buiten de rooms-katholieke kerk wordt de rol van de paus overigens niet erkend.
Wie de geschiedenis van het pausdom probeert te reconstrueren komt er al snel achter dat het allemaal minder duidelijk is dan zoals het nu in de geschiedenisboeken van het Vaticaan staat. Om te beginnen is de kerk van Rome niet gesticht door Petrus, hij bezocht een al bestaande christelijke gemeenschap. Naast Petrus was ook Paulus naar Rome gekomen en in de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis wordt steeds gerefereerd naar deze apostelen en naar hun marteldood in Rome. Uit allerhande geschriften blijkt duidelijk dan de kerk van Rome weliswaar als bijzonder werd gezien door de koppeling met Petrus en Paulus, maar dat dit geenszins betekende dat Rome het enige en laatste woord had. In de eerste eeuw was er niet eens een duidelijk hoofd van de kerk. Zoals veel gemeenschappen werd de kerk geleid door een raad van ouderen. De rol van bisschop was meer voorzitter dan leidinggever. Onder druk van de overal opkomende ketterijen zag de kerk zich genoodzaakt om meer structuur aan te brengen en zo een eenduidig antwoord te geven op afwijkende leerstellingen. Het fundament voor het instituut kerk was daarmee gelegd. In de eerste eeuwen werd dit instituut geleid door vele bisschoppen die brieven uitwisselden en met elkaar overlegden over geloofszaken. Later werden beslissingen genomen in concilies. Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk en de kerk hier nam de leiding inzake verspreiding van het geloof en vastlegging van leerstellingen. Toen het rijk uiteenviel en Constantijn de hoofdstad verplaatste naar Constantinopel begon het getouwtrek om de macht pas goed. Aan de onderkant was al een hiërarchie ontstaan van bisschoppen en aartsbisschoppen en de strijd om de macht ging verder naar boven. De titel paus was inmiddels al in gebruik, maar had nog niet de betekenis die het nu heeft. Paus Damasus (366-384) was de eerste die duidelijk maakte dat er een relatie lag met de opdracht die Petrus van Jezus had gekregen. Een kleine eeuw later werd dit door paus Leo de Grote (440-461) bij voortduring in al zijn communicatie benadrukt. Hij was via opvolging door Petrus zelf aangesteld en alles wat hij zei en deed was ingegeven door Petrus. Aangezien Petrus door Jezus was aangesteld en hij de spreekbuis was van Petrus, was hij zelf dus ook aangesteld door Jezus. Met als konsekwentie dat hij de regels kon vaststellen en overal het laatste woord in had.
In 1054 scheurde de katholieke kerk uit elkaar; in het westen de rooms-katholieke kerk met de paus aan het hoofd, in het oosten de orthodoxe kerk met patriarchen aan het hoofd. In het westen werd het kerkelijke instituut steeds verder gedefinieerd. Dit alles maakt het Vaticaan tot een geliefd onderwerp in reli-thrillers; de wat schimmige ontstaansgeschiedenis biedt genoeg mogelijkheden om manuscripten op te laten duiken die de officiële geschiedschrijving op zijn kop gooien.
Links
Primaatschap van Petrus op Wikipedia
Primaatschap van Petrus op Wikipedia (Engelstalig)
Het Petrusambt
Petrus wel of niet de rots?
Boeken met verwant thema
De Christus smaragd - Jorg Kastner
Auteur: Gregg Loomis
Uitgeverij Karakter (www.karakteruitgevers.nl)
Het verhaal
Lang Reilly, advocaat en avonturier, is aanwezig bij het persevenement van het British Museum met betrekking tot een onlangs verkregen manuscript uit de Nag Hammadi bibliotheek. Een kennis van Reilly had dit Evangelie van Jacobus kunnen kopen en het vervolgens geschonken aan het museum. De persavond wordt ruw verstoord door gemaskerde mannen die een bewaker doden, het manuscript pakken en de kennis van Reilly als gijzelaar meenemen. De volgende dag wordt de man dood gevonden, waarbij een duidelijke verwijzing naar de martelaarsdood van een heilige wordt achtergelaten.
Reilly weet via via te achterhalen welke handelaar in oude geschriften bij de verkoop betrokken was. Hij is echter niet de enige die sporen volgt, want nog voor hij een tweede gesprek kan hebben is de handelaar al vermoord. Ook Reilly zelf is het doelwit geworden van aanslagen. Kennelijk moet iedereen die ook maar iets weet van het manuscript van de aardbodem verdwijnen. Reilly lijkt de sleutel tot het geheim in handen te hebben in de vorm van een kopie van het manuscript. Zijn enige probleem is dat hij geen Koptisch kan lezen en hij op zoek moet gaan naar iemand die dat wel kan. Haast is geboden want de lijken om hem heen stapelen zich op en de aanslagen op hem en zijn naaste familie worden steeds dramatischer. Wat staat er in het Evangelie van Jacobus wat na bijna tweeduizend jaar kost wat kost geheim gehouden moet worden?
Bijbelse connectie
Het boek Het Koptische geheim heeft een relatie met de apostel Petrus en met Jakobus, de broer van Jezus. Beiden hebben een belangrijke rol gespeeld in de vorming van de eerste christengemeenschappen en uiteindelijk de kerk.
In Matteüs lezen we hoe Simon (later Petrus genoemd) en zijn broer Andreas aan het vissen zijn in het meer van Galilea. Jezus nodigt hen uit om vissers van mensen te worden. Ze geven terstond gehoor aan zijn verzoek en worden zijn volgelingen. Petrus gelooft met hart en ziel in Jezus als de messias en hij wordt hiervoor beloont met de uitspraak dat hij de rots is waarop de kerk gebouwd zal worden. Na de opstanding uit de dood verscheen Jezus diverse malen aan zijn discipelen. Eén van deze keren was bij het meer van Galilea. Jezus vraagt Petrus tot drie keer toe of hij Hem liefheeft en Petrus bevestigd dit steeds weer. Daarop geeft Jezus hem steeds de opdracht om Zijn schapen te hoeden, oftewel de zorg voor de gelovigen op zich te nemen. Petrus reisde daarna rond om het geloof te verkondigen. Ook schreef hij brieven aan de nieuwe gemeenschappen. Zijn eerste brief zou zijn geschreven toen hij in Rome was (door hem Babylon genoemd). De apocriefe Handelingen van Petrus spelen zich voor een groot deel af in Rome, waar Petrus strijdt met Simon de Tovenaar, waar hij het geloof verkondigt en uiteindelijk aan het kruis sterft en ter plaatse begraven wordt.
Jakobus, de broer van Jezus, speelde een belangrijke rol in de eerste christelijke gemeenschap. Terwijl Petrus rond trok, bleef Jakobus in Jeruzalem. Paulus omschrijft hem als een steunpilaar voor de kerk. Steeds als rondreizende apostelen terugkeerden naar Jeruzalem, verbleven ze bij Jakobus. Petrus en Jakobus hadden contact met elkaar over het geloof zo staat te lezen in de apocriefe Brief van Petrus aan Jakobus.
Dat Petrus en Jakobus een belangrijke plaats innamen in de eerste christelijke gemeentes wordt duidelijk uit het apocriefe Geheime boek van Jakobus. De opgestane Jezus verschijnt aan de apostelen, maar wil alleen met Petrus en Jakobus spreken omdat zijn Hem zullen begrijpen als hij het geloof in God uitlegt.
Petrus en Jakobus hadden wel een meningsverschil met betrekking tot de praktische invulling van het geloof. Jakobus hield vast aan de joodse gebruiken, terwijl Petrus er geen probleem mee had om deze los te laten om zo ook niet-joden tot het christendom te kunnen bekeren. De schrijver van het Koptische geheim leunt op deze meningsverschillen als hij de ontdekking van de ontbrekende delen van het Geheime boek van Jakobus invult.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Matteüs 4:18-20, Petrus wordt volgeling van Jezus
Matteüs 16:13-19, Petrus is de rots waar de kerk op gebouwd zal worden
Johannes 21:1-19, Petrus wordt aangewezen om de gelovigen te hoeden
1 Petrus 5:12-14, brief van Petrus vanuit Rome
Galaten 2:9, Jakobus wordt een steunpilaar van de gemeente genoemd
Apocriefen
Handelingen van Petrus
Brief van Petrus aan Jakobus
Geheime boek van Jakobus (ook wel Brief van Jakobus genoemd)
Stof tot nadenken
In reli-thrillers wordt regelmatig teruggegrepen op de positie van de paus als plaatsvervanger van Jezus Christus op aarde en het ontstaan van deze titel. Aan de basis ligt de teksten in Matteüs (16:18-19), waar Petrus wordt aangeduid als rots waar de kerk op gebouwd zal worden en zelfs de sleutels van het koninkrijk ontvangt. De tekst uit Johannes (21:15-19) waarin Petrus wordt opgedragen om de schapen (de gelovigen) te hoeden wordt als bevestiging daarvan gezien.
De meningen zijn echter verdeeld over de vertaling van Petrus als rots waarop de gemeente gebouwd is. De vertaling en daarmee de betekenis is afhankelijk van welke bijbel je neemt. De Nieuwe Bijbel Vertaling zegt: En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen. De Statenvertaling (1637) zegt: Ende ick segge u oock, dat ghy zijt Petrus, ende op dese Petra sal ick mijn gemeynte bouwen. Beide vertalingen laten goed zien waar de discussie om draait, namelijk het gebruik van het woord voor rots. Ook van belang in de discussie is in welke taal het evangelie oorspronkelijk geschreven was; het Aramees bijvoorbeeld kent slechts één woord voor rotsachtige dingen, terwijl sommige Griekse varianten de woorden petros en petra kennen. Petros zou kiezel kunnen betekenen, Petra is een echte solide rots. Al met al is het niet eenduidig of de gemeente op Petrus gebouwd werd. Rooms-katholieken zijn er van overtuigd dat dit wel het geval is, andere geloofsstromingen zijn geneigd om het rotsvaste geloof van Petrus te zien als basis voor de gemeente of om Jezus Christus zelf te zien als de rots om op te bouwen. Voor iedere mening is wel een tekst elders in de bijbel aan te halen om dit te onderbouwen.
In Matteüs 16:19 staat: Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn. Volgens de rooms-katholieke leer betekent dit dat Petrus als plaatsvervanger op aarde is aangewezen. Tegenstanders van deze interpretatie wijzen op Matteüs 18:18, waar Jezus hetzelfde zegt, alleen dan tegen een hele groep leerlingen.
Erkennen dat Petrus een bijzondere opdracht van Jezus had gekregen is één ding, de pauselijke macht is een heel ander ding. De volledige titulatuur van de paus luidt: plaatsbekleder van Jezus Christus, opvolger van Petrus, opperherder van de universele Kerk, Patriarch van het Westen, Primaat van Italië, Aartsbisschop en Metropoliet van de Romeinse Kerkprovincie, Bisschop van Rome en soeverein van de staat Vaticaanstad. De stelling is dat Petrus de kerk in Rome heeft gesticht en dat dit ook de start was van de wereldkerk. Dat niet alleen, Petrus heeft zelf zijn opvolger aangewezen en aan deze persoon zijn opdracht en volmacht doorgegeven. De paus is hiermee het hoofd van de kerk en de vertegenwoordiger van Jezus op aarde. Buiten de rooms-katholieke kerk wordt de rol van de paus overigens niet erkend.
Wie de geschiedenis van het pausdom probeert te reconstrueren komt er al snel achter dat het allemaal minder duidelijk is dan zoals het nu in de geschiedenisboeken van het Vaticaan staat. Om te beginnen is de kerk van Rome niet gesticht door Petrus, hij bezocht een al bestaande christelijke gemeenschap. Naast Petrus was ook Paulus naar Rome gekomen en in de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis wordt steeds gerefereerd naar deze apostelen en naar hun marteldood in Rome. Uit allerhande geschriften blijkt duidelijk dan de kerk van Rome weliswaar als bijzonder werd gezien door de koppeling met Petrus en Paulus, maar dat dit geenszins betekende dat Rome het enige en laatste woord had. In de eerste eeuw was er niet eens een duidelijk hoofd van de kerk. Zoals veel gemeenschappen werd de kerk geleid door een raad van ouderen. De rol van bisschop was meer voorzitter dan leidinggever. Onder druk van de overal opkomende ketterijen zag de kerk zich genoodzaakt om meer structuur aan te brengen en zo een eenduidig antwoord te geven op afwijkende leerstellingen. Het fundament voor het instituut kerk was daarmee gelegd. In de eerste eeuwen werd dit instituut geleid door vele bisschoppen die brieven uitwisselden en met elkaar overlegden over geloofszaken. Later werden beslissingen genomen in concilies. Rome was de hoofdstad van het Romeinse rijk en de kerk hier nam de leiding inzake verspreiding van het geloof en vastlegging van leerstellingen. Toen het rijk uiteenviel en Constantijn de hoofdstad verplaatste naar Constantinopel begon het getouwtrek om de macht pas goed. Aan de onderkant was al een hiërarchie ontstaan van bisschoppen en aartsbisschoppen en de strijd om de macht ging verder naar boven. De titel paus was inmiddels al in gebruik, maar had nog niet de betekenis die het nu heeft. Paus Damasus (366-384) was de eerste die duidelijk maakte dat er een relatie lag met de opdracht die Petrus van Jezus had gekregen. Een kleine eeuw later werd dit door paus Leo de Grote (440-461) bij voortduring in al zijn communicatie benadrukt. Hij was via opvolging door Petrus zelf aangesteld en alles wat hij zei en deed was ingegeven door Petrus. Aangezien Petrus door Jezus was aangesteld en hij de spreekbuis was van Petrus, was hij zelf dus ook aangesteld door Jezus. Met als konsekwentie dat hij de regels kon vaststellen en overal het laatste woord in had.
In 1054 scheurde de katholieke kerk uit elkaar; in het westen de rooms-katholieke kerk met de paus aan het hoofd, in het oosten de orthodoxe kerk met patriarchen aan het hoofd. In het westen werd het kerkelijke instituut steeds verder gedefinieerd. Dit alles maakt het Vaticaan tot een geliefd onderwerp in reli-thrillers; de wat schimmige ontstaansgeschiedenis biedt genoeg mogelijkheden om manuscripten op te laten duiken die de officiële geschiedschrijving op zijn kop gooien.
Links
Primaatschap van Petrus op Wikipedia
Primaatschap van Petrus op Wikipedia (Engelstalig)
Het Petrusambt
Petrus wel of niet de rots?
Boeken met verwant thema
De Christus smaragd - Jorg Kastner
zaterdag 21 mei 2011
Obsessie - Ted Dekker (2006)
Labels:
David,
Oude Testament,
Satan
Titel: Obsessie
Auteur: Ted Dekker
Uitgeverij Kok (www.kok.nl)
Het verhaal
Oorlogswees Stephen Friedman komt er bij toeval achter dat hij toch niet zo ouderloos was als gedacht. Een bericht in de krant leidt hem naar zijn zojuist overleden moeder, die nota bene ook in Los Angeles bleek te wonen. Dat Rachel zijn moeder is, is boven iedere twijfel verheven; ze heeft na de geboorte van haar zoon in een Duits concentratiekamp een brandmerk aangebracht met één van de stenen waarmee David de reus Goliat versloeg. Die steen zou zich nog steeds in haar appartement bevinden en Stephen wil deze koste wat kost in zijn bezit krijgen. Hij is echter niet de enige die het voorwerp wil hebben. Ook de zoon van de commandant van het concentratiekamp zit achter de steen aan en heeft het appartement gekocht. Stephen raakt helemaal geobsedeerd door de steen en wringt zich in allerlei bochten om in het appartement te kunnen komen en moet later zelfs afreizen naar Europa in een wilde jacht. Inmiddels is hij niet alleen meer op zoek naar de steen, maar ook nog naar een andere overlevende van het schrikbewind in het concentratiekamp. Zijn tegenstander is hem tot nu toe echter steeds een stap voor geweest. Wie zal winnen?
Bijbelse connectie
Het boek Obsessie heeft een relatie met de strijd van David tegen de reus Goliat. Goliat vecht voor de Filistijnen en daagt de Israëlieten uit om met hem te vechten. Als iemand hem kan verslaan, dan heeft het volk van Israël gewonnen, als Goliat wint, worden de Israëlieten de slaven van de Filistijnen. Niemand durfde het tegen hem op te nemen en dag in dag uit herhaalde Goliat zijn uitdaging. David, een herder zonder militaire ervaring wil het wel opnemen tegen de reus. Met zwaard en wapenuitrusting kan hij niet overweg, hij zoekt in de rivier vijf ronde stenen en gebruikt zijn slinger in de strijd. Met een welgemikt schot weet hij Goliat te vellen, waarna hij de reus doodt met zijn eigen zwaard.
Naast de zoektocht naar de stenen van David speelt zich ook een strijd af tussen de joden als volgelingen van God en de commandant van het concentratiekamp en zijn zoon als volgelingen van Lucifer. Lucifer is de engel die uit de hemel werd verdreven; de naam Lucifer is Latijn en betekent lichtdrager of morgenster. In vroegchristelijke geschriften wordt Lucifer gelijk gesteld aan Satan. In Jesaja wordt gewag gemaakt van de morgenster die uit de hemel viel nadat hij geprobeerd had om God te overtreffen. In Openbaringen wordt melding gemaakt van een strijd in de hemel, waarbij Satan met een aantal engelen op aarde werd gegooid. Over wat zich precies in de hemel afspeelde worden in de bijbel geen details gegeven. In het apocriefe geschrift Het leven van Adam en Eva wordt het verhaal wel verteld. Nadat God de mens had geschapen gaf hij opdracht aan de engelen om eer te bewijzen aan Adam. Lucifer weigerde dat, Adam was in zijn ogen een inferieur wezen, uit klei gemaakt, terwijl de engelen uit vuur waren gemaakt. God strafte hem en zijn volgelingen door hem uit de hemel te verdrijven en naar de aarde te verbannen.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
1 Samuël 17: 1-16, Goliat daagt de Israëlieten uit tot de strijd
1 Samuël 17: 17-39, David is bereid de uitdaging aan te gaan
1 Samuël 17: 40-51, David verslaat Goliat met een steen
Jesaja 14: 12-20, de morgenster is diep gevallen
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Openbaringen 12: 7-12, Satan wordt uit de hemel verdreven
Apocriefen
Het leven van Adam en Eva
Stof tot nadenken
De bijbel vermeldt expliciet dat David vijf stenen in zijn tas stopte alvorens naar het strijdtoneel te gaan. Hij greep in zijn tas en met één steen velde hij Goliat. Je zou denken dat David er dan nog vier over had, maar hierover verschillen de meningen. Sommige sites vermelden inderdaad dat er sprake is van één steen en dat er dus vier over zijn.
Joodse verhalen maken melding van het versmelten van deze vijf stenen tot die ene steen. De vijf stenen zouden de eerste vijf woorden van het dagelijkse gebed van de Israëlieten zijn; een gebed waarin wordt aangehaald dat God één is. Goliat daagde de Israëlieten steeds uit tijdens dit gebed, om de belediging compleet te maken. Het is uiteindelijk deze ene God die Goliat verslaat.
Numerologisch heeft het getal van de vijf stenen ook een betekenis. Vijf staat voor de mensheid en zijn zintuigen. Het samensmelten van deze vijf tot één staat voor het vertrouwen dat David had in God en de kracht die hij van Hem kreeg. Numerologisch is Goliat te vertalen als materiële kracht en de overwinning van David heeft als diepere betekenis de overwinning van het geestelijke over het materiële. Een ander joods verhaal beschrijft hoe Goliat door de aanwezigheid van David in de war raakt en controle over zichzelf verliest. Hij begint wartaal uit te slaan en staat als aan de grond genageld. Geveld door de steen van David valt hij voorover. Dat heeft twee redenen, ten eerste hoeft David minder ver te lopen om het hoofd af te hakken, ten tweede heeft Goliat op zijn borstplaat een afbeelding van de Filistijnse godheid Dagon. Figuurlijk gezien is Dagon op zijn gezicht gegaan in de strijd met God.
In het boek Obsessie is sprake van de stenen van David als relieken. Of zulke relieken momenteel in het bezit zijn van kerken is onduidelijk. In oude teksten (19e eeuw) is er wel vermelding van de relieken van een katholieke kerk in Dobberan, Mecklenburg. Naast voorwerpen als een stukje van het vissersnet van Petrus en de schaar waarmee het haar van Simson werd afgeknipt, wordt ook een steen van David vermeld.
Links
Recensies op Crimezone.nl
De betekenis van de vijf stenen die één worden (Engelstalig)
Numerologie en de bijbel (Engelstalig)
De legende van de vijf stenen van David (boekhoofdstuk, Engelstalig)
Inventaris met steen van David reliek (Engelstalig)
Lucifer op Wikipedia (Engelstalig)
De strijd in de hemel op Wikipedia (Engelstalig)
De val van Satan in diverse geschriften (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
Het geheim van Ashley - David MacLaren
De 1stelingen - Ton van Mourik
De naamkamer - Ton van Mourik
Auteur: Ted Dekker
Uitgeverij Kok (www.kok.nl)
Het verhaalOorlogswees Stephen Friedman komt er bij toeval achter dat hij toch niet zo ouderloos was als gedacht. Een bericht in de krant leidt hem naar zijn zojuist overleden moeder, die nota bene ook in Los Angeles bleek te wonen. Dat Rachel zijn moeder is, is boven iedere twijfel verheven; ze heeft na de geboorte van haar zoon in een Duits concentratiekamp een brandmerk aangebracht met één van de stenen waarmee David de reus Goliat versloeg. Die steen zou zich nog steeds in haar appartement bevinden en Stephen wil deze koste wat kost in zijn bezit krijgen. Hij is echter niet de enige die het voorwerp wil hebben. Ook de zoon van de commandant van het concentratiekamp zit achter de steen aan en heeft het appartement gekocht. Stephen raakt helemaal geobsedeerd door de steen en wringt zich in allerlei bochten om in het appartement te kunnen komen en moet later zelfs afreizen naar Europa in een wilde jacht. Inmiddels is hij niet alleen meer op zoek naar de steen, maar ook nog naar een andere overlevende van het schrikbewind in het concentratiekamp. Zijn tegenstander is hem tot nu toe echter steeds een stap voor geweest. Wie zal winnen?
Bijbelse connectie
Het boek Obsessie heeft een relatie met de strijd van David tegen de reus Goliat. Goliat vecht voor de Filistijnen en daagt de Israëlieten uit om met hem te vechten. Als iemand hem kan verslaan, dan heeft het volk van Israël gewonnen, als Goliat wint, worden de Israëlieten de slaven van de Filistijnen. Niemand durfde het tegen hem op te nemen en dag in dag uit herhaalde Goliat zijn uitdaging. David, een herder zonder militaire ervaring wil het wel opnemen tegen de reus. Met zwaard en wapenuitrusting kan hij niet overweg, hij zoekt in de rivier vijf ronde stenen en gebruikt zijn slinger in de strijd. Met een welgemikt schot weet hij Goliat te vellen, waarna hij de reus doodt met zijn eigen zwaard.
Naast de zoektocht naar de stenen van David speelt zich ook een strijd af tussen de joden als volgelingen van God en de commandant van het concentratiekamp en zijn zoon als volgelingen van Lucifer. Lucifer is de engel die uit de hemel werd verdreven; de naam Lucifer is Latijn en betekent lichtdrager of morgenster. In vroegchristelijke geschriften wordt Lucifer gelijk gesteld aan Satan. In Jesaja wordt gewag gemaakt van de morgenster die uit de hemel viel nadat hij geprobeerd had om God te overtreffen. In Openbaringen wordt melding gemaakt van een strijd in de hemel, waarbij Satan met een aantal engelen op aarde werd gegooid. Over wat zich precies in de hemel afspeelde worden in de bijbel geen details gegeven. In het apocriefe geschrift Het leven van Adam en Eva wordt het verhaal wel verteld. Nadat God de mens had geschapen gaf hij opdracht aan de engelen om eer te bewijzen aan Adam. Lucifer weigerde dat, Adam was in zijn ogen een inferieur wezen, uit klei gemaakt, terwijl de engelen uit vuur waren gemaakt. God strafte hem en zijn volgelingen door hem uit de hemel te verdrijven en naar de aarde te verbannen.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Oude Testament
1 Samuël 17: 1-16, Goliat daagt de Israëlieten uit tot de strijd
1 Samuël 17: 17-39, David is bereid de uitdaging aan te gaan
1 Samuël 17: 40-51, David verslaat Goliat met een steen
Jesaja 14: 12-20, de morgenster is diep gevallen
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Openbaringen 12: 7-12, Satan wordt uit de hemel verdreven
Apocriefen
Het leven van Adam en Eva
Stof tot nadenken
De bijbel vermeldt expliciet dat David vijf stenen in zijn tas stopte alvorens naar het strijdtoneel te gaan. Hij greep in zijn tas en met één steen velde hij Goliat. Je zou denken dat David er dan nog vier over had, maar hierover verschillen de meningen. Sommige sites vermelden inderdaad dat er sprake is van één steen en dat er dus vier over zijn.Joodse verhalen maken melding van het versmelten van deze vijf stenen tot die ene steen. De vijf stenen zouden de eerste vijf woorden van het dagelijkse gebed van de Israëlieten zijn; een gebed waarin wordt aangehaald dat God één is. Goliat daagde de Israëlieten steeds uit tijdens dit gebed, om de belediging compleet te maken. Het is uiteindelijk deze ene God die Goliat verslaat.
Numerologisch heeft het getal van de vijf stenen ook een betekenis. Vijf staat voor de mensheid en zijn zintuigen. Het samensmelten van deze vijf tot één staat voor het vertrouwen dat David had in God en de kracht die hij van Hem kreeg. Numerologisch is Goliat te vertalen als materiële kracht en de overwinning van David heeft als diepere betekenis de overwinning van het geestelijke over het materiële. Een ander joods verhaal beschrijft hoe Goliat door de aanwezigheid van David in de war raakt en controle over zichzelf verliest. Hij begint wartaal uit te slaan en staat als aan de grond genageld. Geveld door de steen van David valt hij voorover. Dat heeft twee redenen, ten eerste hoeft David minder ver te lopen om het hoofd af te hakken, ten tweede heeft Goliat op zijn borstplaat een afbeelding van de Filistijnse godheid Dagon. Figuurlijk gezien is Dagon op zijn gezicht gegaan in de strijd met God.
In het boek Obsessie is sprake van de stenen van David als relieken. Of zulke relieken momenteel in het bezit zijn van kerken is onduidelijk. In oude teksten (19e eeuw) is er wel vermelding van de relieken van een katholieke kerk in Dobberan, Mecklenburg. Naast voorwerpen als een stukje van het vissersnet van Petrus en de schaar waarmee het haar van Simson werd afgeknipt, wordt ook een steen van David vermeld.
Links
Recensies op Crimezone.nl
De betekenis van de vijf stenen die één worden (Engelstalig)
Numerologie en de bijbel (Engelstalig)
De legende van de vijf stenen van David (boekhoofdstuk, Engelstalig)
Inventaris met steen van David reliek (Engelstalig)
Lucifer op Wikipedia (Engelstalig)
De strijd in de hemel op Wikipedia (Engelstalig)
De val van Satan in diverse geschriften (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
Het geheim van Ashley - David MacLaren
De 1stelingen - Ton van Mourik
De naamkamer - Ton van Mourik
zondag 30 januari 2011
Het Sindone complot - Julia Navarro (2004)
Labels:
apocriefen,
Jezus,
kruisiging,
Nieuwe Testament,
relieken
Titel: Het Sindone complot
Auteur: Julia Navarro
Uitgeverij Sirene (www.sirene.nl)
Het verhaal
Bij een aangestoken brand in de Dom van Turijn komt een man zonder tong om het leven. Is er een connectie met eerdere branden en met een andere tongloze man die al jaren in stilzwijgen gehuld in de gevangenis van Turijn zit? Het ziet er naar uit dat twee broederschappen een strijd voeren om het bezit van de sindone ofwel de beroemde lijkwade van Christus. De speurtocht van de politie en een journaliste leidt naar de Tempeliers en een oud christelijk genootschap met wortels in Urfa, Turkije. Urfa heette Edessa in de tijd van Jezus en was één van de eerste plaatsen waar de koning zich bekeerde tot het christendom. De stad was in bezit van een reliek met de beeltenis van het gezicht van Jezus. De speurtocht naar de brandstichters roept de vraag op wat het verband is tussen de lijkwade en Edessa. Hoe dichter de waarheid genaderd wordt, hoe gevaarlijker het wordt voor de betrokkenen.
Bijbelse connectie
Het boek Het Sindone complot heeft een relatie met de begrafenis van Jezus Christus, met het lege graf en zowel het kleed van Edessa als de lijkwade van Turijn. In de bijbel staat beschreven hoe Josef een stuk linnen koopt, de gestorven Jezus van het kruis afhaalt, balsemt en in het linnen wikkelt. Daarna wordt Jezus in het rotsgraf gelegd. Na drie dagen wordt het graf leeg aangetroffen, alleen de linnen doeken liggen er nog.
In de Apocriefen is een briefwisseling tussen koning Abgar en Jezus te vinden. De koning is ernstig ziek en vraagt Jezus om naar Edessa (het tegenwoordige Urfa in Turkije) te komen. Jezus schrijft terug dat hij andere verplichtingen heeft, maar nadat Hij zal zijn opgevaren, zal Hij één van zijn leerlingen sturen die de koning zal genezen. Hier eindigt de brief.
In de Apocriefen wordt in het Evangelie van de Hebreeën geschreven dat Jezus na zijn opstandig een linnen doek overhandigt aan de dienaar van de priester. Of dit het doek is waarin Hij gewikkeld was na Zijn dood, wordt niet genoemd.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Markus 15:46, de gestorven Jezus wordt in het graf gelegd
Lukas 24:12, Petrus vindt alleen nog het linnen in het verder lege graf
Johannes 20:5-7, Petrus en een andere leerling vinden het linnen doek en het doek welke het gezicht van Jezus had bedekt
Apocriefen
Briefwisseling tussen Jezus en koning Abgar
Evangelie van de Hebreeën 6
Stof tot nadenken
De apocriefen beschrijven niet de daadwerkelijke komst van de afgezant van Jezus bij koning Abgar. Volgens overlevering werd apostel Taddeüs naar Edessa gestuurd en werd koning Abgar genezen, waarna hij zich bekeerde tot het christelijke geloof. In beschrijvingen van deze genezing is soms alleen sprake van een brief, andere keren wordt ook gesproken over een doek met de afbeelding van het gezicht van Jezus en soms ook wordt een doek met de afbeelding van het gehele lichaam genoemd. Omdat de zoon van Abgar het christelijke geloof verwierp, gaf de koning op zijn sterfbed opdracht om het kleed te verbergen. Pas eeuwen later, in 525, werd bij herstelwerkzaamheden aan de muren van Edessa het kleed teruggevonden in een nis. Opvallend genoeg zijn sinds de 6e eeuw alle beeltenissen van Christus min of meer hetzelfde, mogelijk geïnspireerd door het gezicht op het kleed van Edessa.
Diverse onderzoekers hebben al gesuggereerd dat het kleed van Edessa hetzelfde is als de lijkwade van Turijn. Het is namelijk vreemd dat een zo belangrijk voorwerp in de religie niet al vele malen zou zijn beschreven in de kerkgeschiedenis. De lijkwade zelf wordt pas genoemd vanaf 1357, nadat deze was opgedoken in een kerk in Frankrijk. In de loop van de eeuwen wisselde de mening van kerkvaders omtrent de echtheid van de lijkwade; het tegenwoordige standpunt van de kerk is dat men geen uitspraken doet over de authenticiteit van deze relikwie. Er zijn al veel wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar de lijkwade, maar geen enkel resultaat heeft definitief uitsluitsel kunnen geven. De vele theorieën over de echtheid en hoe de afbeelding op het doek terecht is gekomen, blijven voorlopig nog bestaan.
Links
Recensies op Crimezone.nl
Briefwisseling tussen Jezus en koning Abgar (Engelstalig)
Nog een tekst van de briefwisseling tussen Jezus en koning Abgar, met vermelding van de afbeelding (Engelstalig)
Het kleed van Edessa of Mandylion op Wikipedia
Het kleed van Edessa of Mandylion op Wikipedia (Engelstalig)
Overzicht van referenties naar kleed van Edessa en lijkwade van Turijn (Engelstalig)
De lijkwade van Turijn op Wikipedia
De lijkwade van Turijn op Wikipedia (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
Het Golgotha dossier - Philipp Vandenberg
Het Messias mysterie - Andreas Eschbach
Auteur: Julia Navarro
Uitgeverij Sirene (www.sirene.nl)
Het verhaalBij een aangestoken brand in de Dom van Turijn komt een man zonder tong om het leven. Is er een connectie met eerdere branden en met een andere tongloze man die al jaren in stilzwijgen gehuld in de gevangenis van Turijn zit? Het ziet er naar uit dat twee broederschappen een strijd voeren om het bezit van de sindone ofwel de beroemde lijkwade van Christus. De speurtocht van de politie en een journaliste leidt naar de Tempeliers en een oud christelijk genootschap met wortels in Urfa, Turkije. Urfa heette Edessa in de tijd van Jezus en was één van de eerste plaatsen waar de koning zich bekeerde tot het christendom. De stad was in bezit van een reliek met de beeltenis van het gezicht van Jezus. De speurtocht naar de brandstichters roept de vraag op wat het verband is tussen de lijkwade en Edessa. Hoe dichter de waarheid genaderd wordt, hoe gevaarlijker het wordt voor de betrokkenen.
Bijbelse connectie
Het boek Het Sindone complot heeft een relatie met de begrafenis van Jezus Christus, met het lege graf en zowel het kleed van Edessa als de lijkwade van Turijn. In de bijbel staat beschreven hoe Josef een stuk linnen koopt, de gestorven Jezus van het kruis afhaalt, balsemt en in het linnen wikkelt. Daarna wordt Jezus in het rotsgraf gelegd. Na drie dagen wordt het graf leeg aangetroffen, alleen de linnen doeken liggen er nog.
In de Apocriefen is een briefwisseling tussen koning Abgar en Jezus te vinden. De koning is ernstig ziek en vraagt Jezus om naar Edessa (het tegenwoordige Urfa in Turkije) te komen. Jezus schrijft terug dat hij andere verplichtingen heeft, maar nadat Hij zal zijn opgevaren, zal Hij één van zijn leerlingen sturen die de koning zal genezen. Hier eindigt de brief.
In de Apocriefen wordt in het Evangelie van de Hebreeën geschreven dat Jezus na zijn opstandig een linnen doek overhandigt aan de dienaar van de priester. Of dit het doek is waarin Hij gewikkeld was na Zijn dood, wordt niet genoemd.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Markus 15:46, de gestorven Jezus wordt in het graf gelegd
Lukas 24:12, Petrus vindt alleen nog het linnen in het verder lege graf
Johannes 20:5-7, Petrus en een andere leerling vinden het linnen doek en het doek welke het gezicht van Jezus had bedekt
Apocriefen
Briefwisseling tussen Jezus en koning Abgar
Evangelie van de Hebreeën 6
Stof tot nadenken
De apocriefen beschrijven niet de daadwerkelijke komst van de afgezant van Jezus bij koning Abgar. Volgens overlevering werd apostel Taddeüs naar Edessa gestuurd en werd koning Abgar genezen, waarna hij zich bekeerde tot het christelijke geloof. In beschrijvingen van deze genezing is soms alleen sprake van een brief, andere keren wordt ook gesproken over een doek met de afbeelding van het gezicht van Jezus en soms ook wordt een doek met de afbeelding van het gehele lichaam genoemd. Omdat de zoon van Abgar het christelijke geloof verwierp, gaf de koning op zijn sterfbed opdracht om het kleed te verbergen. Pas eeuwen later, in 525, werd bij herstelwerkzaamheden aan de muren van Edessa het kleed teruggevonden in een nis. Opvallend genoeg zijn sinds de 6e eeuw alle beeltenissen van Christus min of meer hetzelfde, mogelijk geïnspireerd door het gezicht op het kleed van Edessa.Diverse onderzoekers hebben al gesuggereerd dat het kleed van Edessa hetzelfde is als de lijkwade van Turijn. Het is namelijk vreemd dat een zo belangrijk voorwerp in de religie niet al vele malen zou zijn beschreven in de kerkgeschiedenis. De lijkwade zelf wordt pas genoemd vanaf 1357, nadat deze was opgedoken in een kerk in Frankrijk. In de loop van de eeuwen wisselde de mening van kerkvaders omtrent de echtheid van de lijkwade; het tegenwoordige standpunt van de kerk is dat men geen uitspraken doet over de authenticiteit van deze relikwie. Er zijn al veel wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar de lijkwade, maar geen enkel resultaat heeft definitief uitsluitsel kunnen geven. De vele theorieën over de echtheid en hoe de afbeelding op het doek terecht is gekomen, blijven voorlopig nog bestaan.
Links
Recensies op Crimezone.nl
Briefwisseling tussen Jezus en koning Abgar (Engelstalig)
Nog een tekst van de briefwisseling tussen Jezus en koning Abgar, met vermelding van de afbeelding (Engelstalig)
Het kleed van Edessa of Mandylion op Wikipedia
Het kleed van Edessa of Mandylion op Wikipedia (Engelstalig)
Overzicht van referenties naar kleed van Edessa en lijkwade van Turijn (Engelstalig)
De lijkwade van Turijn op Wikipedia
De lijkwade van Turijn op Wikipedia (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
Het Golgotha dossier - Philipp Vandenberg
Het Messias mysterie - Andreas Eschbach
zaterdag 15 januari 2011
De tweede verlosser - Tomas Ross (2010)
Labels:
apocriefen,
Jezus,
Nieuwe Testament,
wederkomst
Titel: De tweede verlosser
Auteur: Tomas Ross
Uitgeverij Cargo (www.uitgeverijcargo.nl)
Het verhaal
De ambitieuze advocaat David Cohen heeft na een inspannende rechtszaak bij het internationale gerechtshof in Den Haag een terrorist achter de tralies gekregen. Dit lijkt zijn ticket voor een betere positie bij het advocatenkantoor waar hij werkt. In eerste instantie lijkt zijn wens uit te komen, maar al snel volgen diverse gebeurtenissen elkaar op waardoor de grond onder zijn voeten wordt weggeslagen en hij noodgedwongen ontslag moet nemen. Het lijkt erop alsof de organisatie van de veroordeelde terrorist achter de brand in de galerij van zijn vrouw zit, de tasjesroof van zijn dochter en de bezwarende foto's waardoor hij zijn baan moest opgeven. Hij neemt daarom het aanbod van een oude kennis aan en gaat werken bij een gerenommeerd kantoor in Limburg. David, zijn vrouw en dochter betrekken een oude boerderij en maken kennis met het zeer katholieke Limburg. Met hun joodse komaf vallen ze daarbij nogal uit de toon. Rust is David niet gegund, tijdens een werkbezoek aan Israël worden diverse kennissen van hem vermoord en hijzelf kan ternauwernood ontsnappen. Het lijkt het werk van de terrorist, maar er zijn aanwijzingen dat het hier om iets heel anders gaat, een mysterie dicht bij huis, in het Limburgse dorp waar hij woont. Een mysterie wat terugvoert tot de kruistochten en een visioen over de wederkomst van Jezus Christus. Om zichzelf en zijn gezin veilig te stellen, zal David moeten achterhalen wat zijn rol is en hoe hij aan zijn belagers kan ontkomen.
Bijbelse connectie
Het boek De tweede verlosser heeft een relatie met het leven van Jezus, de kruisiging en de verwachte wederkomst.
De bijbel bevat weinig tekst over het vroege leven van Jezus; de geboorte en de vlucht naar Egypte komen aan bod en daar blijft het bij. In apocriefe geschriften wordt wel geschreven over de jeugdjaren van Jezus, maar over de periode van Zijn twaalfde tot Zijn dertigste is niets bekend. In het evangelie van Jakobus staat zelfs expliciet vermeld dat Jezus zich tussen twaalf en dertig jaar volledig terugtrok en geen wonderen meer deed. Hij leefde en werkte zoals ieder ander mens. Over waar Jezus zijn tijd doorbracht en wat Hij deed wordt volop gespeculeerd. Eén hypothese stelt dat Jezus bij de Essenen aan de Dode Zee woonde, wat in De tweede Verlosser ook wordt aangenomen en wat een zoektocht naar persoonlijke bezittingen van Jezus op die plaats rechtvaardigt.
In het boek De tweede verlosser moeten de joodse hoofdpersonen boete doen voor de dood van Jezus Christus, waarbij gerefereerd wordt aan bijbelse uitspraken. In Matteüs wordt beschreven hoe de joodse bevolking Pilatus aanspoort om Jezus te veroordelen en dat Zijn bloed hen en hun kinderen mag worden aangerekend. Deze en vergelijkbare bijbelteksten zijn eeuwenlang door kerkvaders gebruikt om te ageren tegen joden. Pas in 1963 tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie besloot de paus dat de Joden niet de moordenaars van Jezus waren.
Een belangrijk thema in het boek De tweede verlosser gaat over de wederkomst van Jezus Christus. In de bijbel staan een aantal passages die dit aangeven; in de vier evangeliën, in de Handelingen van de apostelen, in enkele brieven en in het boek Openbaringen. In de verhalen ligt de meeste nadruk op het tijdstip van de wederkeer en de tekenen des tijds: de moeizame tijden, de strijd met de antichrist en de vrede die na de strijd zal komen. Veel minder aandacht is er voor het hoe van de wederkomst.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Matteüs 27:15-26, Jezus wordt veroordeeld
Lucas 21:27: de Zoon des Mensen keert terug
Handelingen 1:9-11, belofte van de wederkomst bij de hemelvaart
Apocriefen
Het evangelie van Jakobus 298:26, Jezus trekt zich terug uit het openbare leven
Stof tot nadenken
Over de wederkomst van Christus wordt al heel erg lang druk gespeculeerd. De verwachting dat Hij spoedig terug zal keren is letterlijk van alle tijden. Geen enkele van de voorspellingen is tot nu toe uitgekomen. Jezus geeft duidelijk aan dat niemand weet wanneer die dag zal aanbreken, alleen de Vader weet het (Matteüs 24:36).
Over de manier waarop Christus zal wederkeren zijn de meningen ook verdeeld.
Er zijn diverse scenario's in omloop omtrent de wederkomst van Christus:
1. terugkeer op een wolk
2. terugkeer via wedergeboorte
3. spirituele terugkeer
4. reïncarnatie van de ziel
5. nazaten van Christus
6. kloon van Christus
Om met het laatste scenario te beginnen, deze vorm van wederkomst is alleen nog maar te vinden in het reli-thriller genre en als nepberichtgeving op het internet en heeft wortels in de wetenschappelijke vooruitgang op gebied van klonen. In de boeken zijn genootschappen en personages op zoek naar relieken waar het bloed van Jezus Christus op te vinden zou zijn; de lijkwade van Turijn, de spijkers van het kruis, de doornenkroon, etc. DNA wordt uit de relieken gehaald en in een laboratorium wordt dit gebruikt om een kloon van Jezus te creëren. Jurassic Park, maar dan zonder de dino's.
Ook het voorlaatste scenario is vrijwel uitsluitend in reli-thrillers en semi-wetenschappelijke boeken te vinden. Een boek als de Da Vinci Code leunt op boeken van onderzoekers die beweren dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena en dat ze kinderen hadden. Deze kinderen hebben het bloed van Christus en er wordt geopperd dat iemand uit dit geslacht naar voor zal treden en symbool zal staan voor de wedergekomen Christus.
Het reïncarnatie scenario heeft aanhang in new age kringen bij gnostieke genootschappen. De reïncarnatie filosofie gaat er van uit dat ieder mens een ziel bezit, welke het lichaam verlaat op het moment van sterven. De ziel heeft de mogelijkheid om weer opnieuw geboren te worden in een nieuw stoffelijk lichaam, de reïncarnatie. De ziel kan dus meerdere levens hebben.
Voor een aantal christenen is reïncarnatie regelrecht in tegenspraak met het geloof en zij halen diverse bijbelteksten aan waaruit blijkt dat er geen sprake is van een fysieke wedergeboorte. In de bijbel staat onder andere het volgende (Hebreeën 9 vers 27): het is de mensen beschikt éénmaal te sterven en daarna het oordeel. Andere bijbelteksten die worden aangehaald in dit verband zijn te vinden in Openbaring 14 vers 13 en Prediker 12 vers 5-7, waarin gesteld wordt dat de geest wederkeert tot God. Andere argumenten tegen reïncarnatie, maar wel voor incarnatie zijn te vinden in de woorden van Christus. Diverse malen spreekt Hij over de periode vóór zijn aardse leven, niet over een vorig leven, maar een toestand voor hij zijn menselijke gedaante aannam. Dit aannemen van de menselijke gedaante wordt nogmaals beschreven in Filipenzen 2:6-7.
Het meest aangehaalde verhaal is wel het gesprek tussen Christus en Nikodemus (Johannes 3). Christus stelt dat een wedergeboorte nodig is om het koninkrijk Gods te kunnen zien. Hierop vraagt Nikodemus of een mens dan voor een tweede maal fysiek geboren kan worden. Het antwoord hierop is heel duidelijk nee. De wedergeboorte is een geestelijke aangelegenheid, die niets van doen heeft met reïncarnatie.
Tegenstanders van bovengenoemde christelijke argumenten voeren een aantal zaken op die er juist wel op zouden duiden dat reïncarnatie niet strijdig is met het geloof. Ten eerste wordt gesteld dat het geloof in reïncarnatie in de tijd van Christus wijd verbreid was en het niet aannemelijk is dat Christus er zelf niet in geloofde. Omdat het zo'n gangbaar en door iedereen gedeeld geloof was, werd er weinig over gesproken. Wel zijn er indirecte verwijzingen te vinden naar reïncarnaties, zoals in Marcus 8:27, waar Christus vraagt wie men denkt dat hij is. Zijn discipelen antwoorden met Elia, Johannes de Doper of andere profeten. Ook in Matteüs 17:10 wordt een duidelijke verwijzing van reïncarnatie gezien, als over de terugkeer van Elia wordt gesproken.
De voornaamste reden waarom reïncarnatie omstreden is, zou liggen in de wens van de kerk om macht uit te oefenen over haar leden. Mensen zouden gemakzuchtig worden in hun geloofsbeleving en denken dat ze nog genoeg levens voor zich hebben om hun fouten te herstellen. Tijdens het concilie van Nicea in 325 zou daarom de bijbel ingrijpend veranderd zijn. Alle passages over reïncarnatie zouden geschrapt zijn en de boodschap werd dat je slechts één leven had om je taken te vervullen. Hierna volgde het oordeel en afhankelijk daarvan de hemel of de hel.
Volgelingen van de Amerikaanse ziener Edgar Cayce geloven dat Christus in 1998 is gereïncarneerd en dat Hij momenteel als tiener in de wereld aanwezig is, wachtend op het juiste moment om Zich kenbaar te maken. Anderen hebben al wereldkundig gemaakt dat zij de wedergekomen Christus zijn, de lijst met namen wordt langzaam langer.
Velen geloven dat Jezus zal wederkeren zoals hij gegaan is tijdens de hemelvaart. Een handjevol mensen meent echter dat de weg die Jezus tweeduizend jaar geleden aflegde zal worden herhaald, d.w.z. Hij zal opnieuw uit een maagd geboren worden en als kind opgroeien. Het verschil met de reïncarnatie theorie is dat het hier niet om een ziel gaat waarbij het lichaam alleen een drager is en twee menselijke ouders heeft, maar dat er opnieuw sprake is van een onbevlekte ontvangenis. De inspiratie voor deze gedachte is te vinden in Openbaringen 12, waarin een vrouw een kind baart die alle volken zal hoeden. Of deze passage verbonden kan worden met manier van de wederkomst is onderwerp van discussie.
Velen geloven dat Christus zal terugkeren zoals Hij ook gegaan is, namelijk op een wolk. Dit staat zo ook letterlijk te lezen in de bijbel (b.v. Lucas 21:27 of Openbaring 1:7). Er wordt verwacht dat Christus fysiek in deze wereld aanwezig zal zijn en orde op zaken gaat stellen. In Matteüs 24:34 staat te lezen dat deze gebeurtenissen binnen een generatie zullen plaatsvinden. Al tweeduizend jaar wordt gewacht en steeds zijn mensen teleurgesteld, omdat zij de wederkomst niet meemaakten, ondanks oorlogen en rampen. Het is deze teleurstelling die tot een alternatief scenario heeft geleid, namelijk dat de terugkeer niet fysiek zal zijn, maar spiritueel. De bijbel bevat aanwijzingen voor dit scenario. In 1 Korinthiërs (15:35-58) wordt aangegeven dat wat uit vlees en bloed bestaat geen deel kan hebben aan het koninkrijk van God. Ook in Johannes (18:36) lezen we dat Jezus aangeeft dat zijn koningschap niet tot deze wereld hoort en dat zijn koninkrijk niet van hier is. De boodschap is dan ook dat niet gewacht moet worden tot een fysieke Christus orde op zaken gaat stellen op deze aarde, maar dat je de aan jezelf moet werken om zo toegang te krijgen tot het nieuwe koninkrijk.
Links
Recensies op Crimezone.nl
Second coming project: cloning Jesus (Engelstalig)
De Jezus bloedlijn op Wikipedia (Engelstalig)
Reïncarnatie vanuit bijbels perspectief
Toekomstvoorspellingen van Edgar Cayce (Engelstalig)
Lijst op Wikipedia met mensen die beweren de wedergekomen Christus te zijn (Engelstalig)
Verzekering tegen een maagdelijke geboorte (Engelstalig)
Uitleg van de zwangere vrouw en het kind uit Openbaringen
Wederkomst van Christus op Wikipedia (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
Het Jeruzalem virus – Jeff Long
Heilig bloed – Michael Byrnes
De Da Vinci Code – Dan Brown
Auteur: Tomas Ross
Uitgeverij Cargo (www.uitgeverijcargo.nl)
Het verhaal
De ambitieuze advocaat David Cohen heeft na een inspannende rechtszaak bij het internationale gerechtshof in Den Haag een terrorist achter de tralies gekregen. Dit lijkt zijn ticket voor een betere positie bij het advocatenkantoor waar hij werkt. In eerste instantie lijkt zijn wens uit te komen, maar al snel volgen diverse gebeurtenissen elkaar op waardoor de grond onder zijn voeten wordt weggeslagen en hij noodgedwongen ontslag moet nemen. Het lijkt erop alsof de organisatie van de veroordeelde terrorist achter de brand in de galerij van zijn vrouw zit, de tasjesroof van zijn dochter en de bezwarende foto's waardoor hij zijn baan moest opgeven. Hij neemt daarom het aanbod van een oude kennis aan en gaat werken bij een gerenommeerd kantoor in Limburg. David, zijn vrouw en dochter betrekken een oude boerderij en maken kennis met het zeer katholieke Limburg. Met hun joodse komaf vallen ze daarbij nogal uit de toon. Rust is David niet gegund, tijdens een werkbezoek aan Israël worden diverse kennissen van hem vermoord en hijzelf kan ternauwernood ontsnappen. Het lijkt het werk van de terrorist, maar er zijn aanwijzingen dat het hier om iets heel anders gaat, een mysterie dicht bij huis, in het Limburgse dorp waar hij woont. Een mysterie wat terugvoert tot de kruistochten en een visioen over de wederkomst van Jezus Christus. Om zichzelf en zijn gezin veilig te stellen, zal David moeten achterhalen wat zijn rol is en hoe hij aan zijn belagers kan ontkomen.
Bijbelse connectie
Het boek De tweede verlosser heeft een relatie met het leven van Jezus, de kruisiging en de verwachte wederkomst.
De bijbel bevat weinig tekst over het vroege leven van Jezus; de geboorte en de vlucht naar Egypte komen aan bod en daar blijft het bij. In apocriefe geschriften wordt wel geschreven over de jeugdjaren van Jezus, maar over de periode van Zijn twaalfde tot Zijn dertigste is niets bekend. In het evangelie van Jakobus staat zelfs expliciet vermeld dat Jezus zich tussen twaalf en dertig jaar volledig terugtrok en geen wonderen meer deed. Hij leefde en werkte zoals ieder ander mens. Over waar Jezus zijn tijd doorbracht en wat Hij deed wordt volop gespeculeerd. Eén hypothese stelt dat Jezus bij de Essenen aan de Dode Zee woonde, wat in De tweede Verlosser ook wordt aangenomen en wat een zoektocht naar persoonlijke bezittingen van Jezus op die plaats rechtvaardigt.
In het boek De tweede verlosser moeten de joodse hoofdpersonen boete doen voor de dood van Jezus Christus, waarbij gerefereerd wordt aan bijbelse uitspraken. In Matteüs wordt beschreven hoe de joodse bevolking Pilatus aanspoort om Jezus te veroordelen en dat Zijn bloed hen en hun kinderen mag worden aangerekend. Deze en vergelijkbare bijbelteksten zijn eeuwenlang door kerkvaders gebruikt om te ageren tegen joden. Pas in 1963 tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie besloot de paus dat de Joden niet de moordenaars van Jezus waren.
Een belangrijk thema in het boek De tweede verlosser gaat over de wederkomst van Jezus Christus. In de bijbel staan een aantal passages die dit aangeven; in de vier evangeliën, in de Handelingen van de apostelen, in enkele brieven en in het boek Openbaringen. In de verhalen ligt de meeste nadruk op het tijdstip van de wederkeer en de tekenen des tijds: de moeizame tijden, de strijd met de antichrist en de vrede die na de strijd zal komen. Veel minder aandacht is er voor het hoe van de wederkomst.
De Nieuwe Bijbelvertaling, Nieuwe Testament
Matteüs 27:15-26, Jezus wordt veroordeeld
Lucas 21:27: de Zoon des Mensen keert terug
Handelingen 1:9-11, belofte van de wederkomst bij de hemelvaart
Apocriefen
Het evangelie van Jakobus 298:26, Jezus trekt zich terug uit het openbare leven
Stof tot nadenken
Over de wederkomst van Christus wordt al heel erg lang druk gespeculeerd. De verwachting dat Hij spoedig terug zal keren is letterlijk van alle tijden. Geen enkele van de voorspellingen is tot nu toe uitgekomen. Jezus geeft duidelijk aan dat niemand weet wanneer die dag zal aanbreken, alleen de Vader weet het (Matteüs 24:36).
Over de manier waarop Christus zal wederkeren zijn de meningen ook verdeeld.
Er zijn diverse scenario's in omloop omtrent de wederkomst van Christus:
1. terugkeer op een wolk
2. terugkeer via wedergeboorte
3. spirituele terugkeer
4. reïncarnatie van de ziel
5. nazaten van Christus
6. kloon van Christus
Om met het laatste scenario te beginnen, deze vorm van wederkomst is alleen nog maar te vinden in het reli-thriller genre en als nepberichtgeving op het internet en heeft wortels in de wetenschappelijke vooruitgang op gebied van klonen. In de boeken zijn genootschappen en personages op zoek naar relieken waar het bloed van Jezus Christus op te vinden zou zijn; de lijkwade van Turijn, de spijkers van het kruis, de doornenkroon, etc. DNA wordt uit de relieken gehaald en in een laboratorium wordt dit gebruikt om een kloon van Jezus te creëren. Jurassic Park, maar dan zonder de dino's.
Ook het voorlaatste scenario is vrijwel uitsluitend in reli-thrillers en semi-wetenschappelijke boeken te vinden. Een boek als de Da Vinci Code leunt op boeken van onderzoekers die beweren dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena en dat ze kinderen hadden. Deze kinderen hebben het bloed van Christus en er wordt geopperd dat iemand uit dit geslacht naar voor zal treden en symbool zal staan voor de wedergekomen Christus.
Het reïncarnatie scenario heeft aanhang in new age kringen bij gnostieke genootschappen. De reïncarnatie filosofie gaat er van uit dat ieder mens een ziel bezit, welke het lichaam verlaat op het moment van sterven. De ziel heeft de mogelijkheid om weer opnieuw geboren te worden in een nieuw stoffelijk lichaam, de reïncarnatie. De ziel kan dus meerdere levens hebben.
Voor een aantal christenen is reïncarnatie regelrecht in tegenspraak met het geloof en zij halen diverse bijbelteksten aan waaruit blijkt dat er geen sprake is van een fysieke wedergeboorte. In de bijbel staat onder andere het volgende (Hebreeën 9 vers 27): het is de mensen beschikt éénmaal te sterven en daarna het oordeel. Andere bijbelteksten die worden aangehaald in dit verband zijn te vinden in Openbaring 14 vers 13 en Prediker 12 vers 5-7, waarin gesteld wordt dat de geest wederkeert tot God. Andere argumenten tegen reïncarnatie, maar wel voor incarnatie zijn te vinden in de woorden van Christus. Diverse malen spreekt Hij over de periode vóór zijn aardse leven, niet over een vorig leven, maar een toestand voor hij zijn menselijke gedaante aannam. Dit aannemen van de menselijke gedaante wordt nogmaals beschreven in Filipenzen 2:6-7.
Het meest aangehaalde verhaal is wel het gesprek tussen Christus en Nikodemus (Johannes 3). Christus stelt dat een wedergeboorte nodig is om het koninkrijk Gods te kunnen zien. Hierop vraagt Nikodemus of een mens dan voor een tweede maal fysiek geboren kan worden. Het antwoord hierop is heel duidelijk nee. De wedergeboorte is een geestelijke aangelegenheid, die niets van doen heeft met reïncarnatie.
Tegenstanders van bovengenoemde christelijke argumenten voeren een aantal zaken op die er juist wel op zouden duiden dat reïncarnatie niet strijdig is met het geloof. Ten eerste wordt gesteld dat het geloof in reïncarnatie in de tijd van Christus wijd verbreid was en het niet aannemelijk is dat Christus er zelf niet in geloofde. Omdat het zo'n gangbaar en door iedereen gedeeld geloof was, werd er weinig over gesproken. Wel zijn er indirecte verwijzingen te vinden naar reïncarnaties, zoals in Marcus 8:27, waar Christus vraagt wie men denkt dat hij is. Zijn discipelen antwoorden met Elia, Johannes de Doper of andere profeten. Ook in Matteüs 17:10 wordt een duidelijke verwijzing van reïncarnatie gezien, als over de terugkeer van Elia wordt gesproken.
De voornaamste reden waarom reïncarnatie omstreden is, zou liggen in de wens van de kerk om macht uit te oefenen over haar leden. Mensen zouden gemakzuchtig worden in hun geloofsbeleving en denken dat ze nog genoeg levens voor zich hebben om hun fouten te herstellen. Tijdens het concilie van Nicea in 325 zou daarom de bijbel ingrijpend veranderd zijn. Alle passages over reïncarnatie zouden geschrapt zijn en de boodschap werd dat je slechts één leven had om je taken te vervullen. Hierna volgde het oordeel en afhankelijk daarvan de hemel of de hel.
Volgelingen van de Amerikaanse ziener Edgar Cayce geloven dat Christus in 1998 is gereïncarneerd en dat Hij momenteel als tiener in de wereld aanwezig is, wachtend op het juiste moment om Zich kenbaar te maken. Anderen hebben al wereldkundig gemaakt dat zij de wedergekomen Christus zijn, de lijst met namen wordt langzaam langer.
Velen geloven dat Jezus zal wederkeren zoals hij gegaan is tijdens de hemelvaart. Een handjevol mensen meent echter dat de weg die Jezus tweeduizend jaar geleden aflegde zal worden herhaald, d.w.z. Hij zal opnieuw uit een maagd geboren worden en als kind opgroeien. Het verschil met de reïncarnatie theorie is dat het hier niet om een ziel gaat waarbij het lichaam alleen een drager is en twee menselijke ouders heeft, maar dat er opnieuw sprake is van een onbevlekte ontvangenis. De inspiratie voor deze gedachte is te vinden in Openbaringen 12, waarin een vrouw een kind baart die alle volken zal hoeden. Of deze passage verbonden kan worden met manier van de wederkomst is onderwerp van discussie.
Velen geloven dat Christus zal terugkeren zoals Hij ook gegaan is, namelijk op een wolk. Dit staat zo ook letterlijk te lezen in de bijbel (b.v. Lucas 21:27 of Openbaring 1:7). Er wordt verwacht dat Christus fysiek in deze wereld aanwezig zal zijn en orde op zaken gaat stellen. In Matteüs 24:34 staat te lezen dat deze gebeurtenissen binnen een generatie zullen plaatsvinden. Al tweeduizend jaar wordt gewacht en steeds zijn mensen teleurgesteld, omdat zij de wederkomst niet meemaakten, ondanks oorlogen en rampen. Het is deze teleurstelling die tot een alternatief scenario heeft geleid, namelijk dat de terugkeer niet fysiek zal zijn, maar spiritueel. De bijbel bevat aanwijzingen voor dit scenario. In 1 Korinthiërs (15:35-58) wordt aangegeven dat wat uit vlees en bloed bestaat geen deel kan hebben aan het koninkrijk van God. Ook in Johannes (18:36) lezen we dat Jezus aangeeft dat zijn koningschap niet tot deze wereld hoort en dat zijn koninkrijk niet van hier is. De boodschap is dan ook dat niet gewacht moet worden tot een fysieke Christus orde op zaken gaat stellen op deze aarde, maar dat je de aan jezelf moet werken om zo toegang te krijgen tot het nieuwe koninkrijk.
Links
Recensies op Crimezone.nl
Second coming project: cloning Jesus (Engelstalig)
De Jezus bloedlijn op Wikipedia (Engelstalig)
Reïncarnatie vanuit bijbels perspectief
Toekomstvoorspellingen van Edgar Cayce (Engelstalig)
Lijst op Wikipedia met mensen die beweren de wedergekomen Christus te zijn (Engelstalig)
Verzekering tegen een maagdelijke geboorte (Engelstalig)
Uitleg van de zwangere vrouw en het kind uit Openbaringen
Wederkomst van Christus op Wikipedia (Engelstalig)
Boeken met verwant thema
Het Jeruzalem virus – Jeff Long
Heilig bloed – Michael Byrnes
De Da Vinci Code – Dan Brown
Abonneren op:
Berichten (Atom)















